laden
werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈlaːdə(n)/Betekenis
- van een lading voorzien
- van elektrische energie voorzien
Hoe spreek je laden uit?
/ˈladən/
Laden bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| a | maan |
| d | dak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van laden
ladenhele werkwoord — laaddeverleden tijd enkelvoud — laaddenverleden tijd meervoud — geladenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | laad | laadde |
| jij | laadt | laadde |
| hij, zij, het | laadt | laadde |
| wij | laden | laadden |
| jullie | laden | laadden |
| zij | laden | laadden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is geladen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geladen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geladen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geladen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geladen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geladen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geladen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geladen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geladen | verleden tijd, deelwoord |
| geladen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geladen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geladen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geladen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geladen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geladen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geladen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geladen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geladen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geladen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geladen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geladen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geladen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| laad | gebiedende wijs |
| laadde | verleden tijd |
| lade | aanvoegende wijs |
| ladend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geladen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te laden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen laden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geladen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geladen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geladen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal laden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal laden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal laden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou laden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou laden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou laden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden laden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden laden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden laden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geladen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt laden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geladen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geladen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geladen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen laden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen laden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen laden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen laden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geladen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult laden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord lade
Herkomst
In de betekenis van ‘bevrachten, inladen’ voor het eerst aangetroffen in 1236
Woordfamilie van laden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geladen | voltooid deelwoord | laden |
| laad | gebiedende wijs | laden |
| laadde | verleden tijd | laden |
| laadden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | laden |
| laadt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | laden |
| ladend | onvoltooid deelwoord | laden |
| ladende | woordvorm | laden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van laden zijn vastgelegd.