overladen
werkwoord ˌovərˈladə(n)Betekenis
- een overmaat doen belanden op iemand, gewoonlijk in overdrachtelijke zin
- een lading vanuit het ene voer- of vaartuig in het andere brengen
Hoe spreek je overladen uit?
/ˌovərˈladən/
Overladen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| l | land |
| a | maan |
| d | dak |
| n | nek |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Woordvorm
- een overmaat doen belanden op iemand, gewoonlijk in overdrachtelijke zin
- voltooid deelwoord van overladen
Vervoeging van overladen
overladenhele werkwoord — overladenvoltooid deelwoord
Vervoeging van overladen
overladenhele werkwoord — overgeladenvoltooid deelwoord
Alle 3 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [B] óverladen | canonical |
| laadde over | verleden tijd |
| overgeladen | verleden tijd, deelwoord |
Woordfamilie van overladen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| laad over | woordvorm | overladen |
| laadde over | verleden tijd | overladen |
| laadden over | woordvorm | overladen |
| laadt over | woordvorm | overladen |
| lade over | woordvorm | overladen |
| laden over | woordvorm | overladen |
| overgeladen | voltooid deelwoord | overladen |
| overlaad | woordvorm | overladen |
| overlaadde | verleden tijd | overladen |
| overlaadden | woordvorm | overladen |
| overlaadt | woordvorm | overladen |
| overlade | with-subordinate-clause | overladen |
| overladend | woordvorm | overladen |
| overladende | woordvorm | overladen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overladen zijn vastgelegd.