misraden
werkwoord mɪsˈradə(n)Betekenis
- iemand op verkeerde wijze raadgeven
- verkeerd raden
Hoe spreek je misraden uit?
/mɪsˈradən/
Misraden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| r | rood |
| a | maan |
| d | dak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Woordvorm
- iemand op verkeerde wijze raadgeven
- voltooid deelwoord van misraden
Vervoeging van misraden
misradenhele werkwoord — misraaddeverleden tijd enkelvoud — misraaddenverleden tijd meervoud — misgeradenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | misraad | misraadde |
| jij | misraadt | misraadde |
| hij, zij, het | misraadt | misraadde |
| wij | raden mis | misraadden |
| jullie | raden mis | misraadden |
| zij | raden mis | misraadden |
Alle 269 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| [A] misráden | canonical |
| ben misgeraden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| ben misraden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent misgeraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bent misraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is misgeraden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er is misraden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was misgeraden | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er was misraden | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd misgeraden | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er werd misraden | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt misgeraden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er wordt misraden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal misgeraden worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal misgeraden zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zal misraden worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal misraden zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou misgeraden worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou misgeraden zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| er zou misraden worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou misraden zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had misgeraden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had misgeraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had misgeraden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| had misraden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had misraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had misraden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden misgeraden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden misgeraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden misgeraden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden misraden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden misraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden misraden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt misgeraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadt misraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb misgeraden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| heb misraden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben misgeraden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben misgeraden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben misgeraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben misgeraden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebben misraden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben misraden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben misraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben misraden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt misgeraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebt misraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft misgeraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft misgeraden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| heeft misraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft misraden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is misgeraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is misgeraden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is misraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is misraden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| mis te raden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| mis te zullen raden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| mis zal raden | bijzin, toekomende tijd |
| mis zou raden | bijzin, voorwaardelijk |
| mis zouden raden | bijzin, voorwaardelijk |
| mis zoudt raden | bijzin, voorwaardelijk |
| mis zullen raden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| mis zullen raden | bijzin, toekomende tijd |
| mis zult raden | bijzin, toekomende tijd |
| misgeraden | verleden tijd, deelwoord |
| misgeraden te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| misgeraden te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| misgeraden te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| misgeraden te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| misgeraden te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| misgeraden worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| misgeraden zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| misgeraden zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| misgeraden zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| misgeraden zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| misraad | gebiedende wijs |
| misraad | bijzin, tegenwoordige tijd |
| misraadde | verleden tijd |
| misraadde | bijzin, verleden tijd |
| misraadden | bijzin, verleden tijd |
| misraadt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| misrade | aanvoegende wijs |
| misraden | verleden tijd, deelwoord |
| misraden te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| misraden te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| misraden te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| misraden te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| misraden te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| misraden worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| misraden zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| misraden zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| misraden zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| misraden zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| misradend | onvoltooid, deelwoord |
| misried | verleden tijd |
| misried | bijzin, verleden tijd |
| misrieden | bijzin, verleden tijd |
| raad mis | gebiedende wijs |
| te hebben misgeraden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben misraden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te misraden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen misraden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart misgeraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waart misraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren misgeraden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren misgeraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren misgeraden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| waren misraden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren misraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren misraden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was misgeraden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was misgeraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was misgeraden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was misraden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was misraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was misraden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd misgeraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd misgeraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd misgeraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werd misraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd misraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd misraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden misgeraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden misgeraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden misgeraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werden misraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden misraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden misraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt misgeraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werdt misraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word misgeraden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| word misraden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden misgeraden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden misgeraden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden misgeraden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| worden misraden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden misraden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden misraden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
Vervoeging van misraden
misradenhele werkwoord — misraaddeverleden tijd enkelvoud — misraaddenverleden tijd meervoud — misgeradenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | misraad | misraadde |
| jij | misraadt | misraadde |
| hij, zij, het | misraadt | misraadde |
| wij | raden mis | misraadden |
| jullie | raden mis | misraadden |
| zij | raden mis | misraadden |
Alle 268 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| [B] mísraden | canonical |
| ben misgeraden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| ben misraden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent misgeraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| bent misraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is misgeraden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er is misraden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was misgeraden | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er was misraden | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd misgeraden | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er werd misraden | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt misgeraden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er wordt misraden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal misgeraden worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal misgeraden zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zal misraden worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal misraden zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou misgeraden worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou misgeraden zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| er zou misraden worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou misraden zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had misgeraden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had misgeraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had misgeraden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| had misraden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had misraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had misraden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden misgeraden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden misgeraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden misgeraden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden misraden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden misraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden misraden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt misgeraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadt misraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb misgeraden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| heb misraden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben misgeraden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben misgeraden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben misgeraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben misgeraden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebben misraden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben misraden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben misraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben misraden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt misgeraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebt misraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft misgeraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft misgeraden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| heeft misraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft misraden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is misgeraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is misgeraden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is misraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is misraden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| mis te raden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| mis te zullen raden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| mis zal raden | bijzin, toekomende tijd |
| mis zou raden | bijzin, voorwaardelijk |
| mis zouden raden | bijzin, voorwaardelijk |
| mis zoudt raden | bijzin, voorwaardelijk |
| mis zullen raden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| mis zullen raden | bijzin, toekomende tijd |
| mis zult raden | bijzin, toekomende tijd |
| misgeraden | verleden tijd, deelwoord |
| misgeraden te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| misgeraden te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| misgeraden te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| misgeraden te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| misgeraden te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| misgeraden worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| misgeraden zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| misgeraden zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| misgeraden zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| misgeraden zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| misraad | gebiedende wijs |
| misraad | bijzin, tegenwoordige tijd |
| misraadde | bijzin, verleden tijd |
| misraadden | bijzin, verleden tijd |
| misraadt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| misrade | aanvoegende wijs |
| misraden te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| misraden te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| misraden te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| misraden te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| misraden te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| misraden worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| misraden zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| misraden zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| misraden zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| misraden zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| misradend | onvoltooid, deelwoord |
| misried | bijzin, verleden tijd |
| misrieden | bijzin, verleden tijd |
| raad mis | gebiedende wijs |
| raadde mis | verleden tijd |
| ried mis | verleden tijd |
| te hebben misgeraden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben misraden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te misraden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen misraden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart misgeraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waart misraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren misgeraden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren misgeraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren misgeraden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| waren misraden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren misraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren misraden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was misgeraden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was misgeraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was misgeraden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was misraden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was misraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was misraden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd misgeraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd misgeraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd misgeraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werd misraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd misraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd misraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden misgeraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden misgeraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden misgeraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werden misraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden misraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden misraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt misgeraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werdt misraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word misgeraden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| word misraden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden misgeraden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden misgeraden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden misgeraden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| worden misraden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden misraden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden misraden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt misgeraden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
Woordfamilie van misraden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| misgeraden | voltooid deelwoord | misraden |
| misraad | gebiedende wijs | misraden |
| misraadde | verleden tijd | misraden |
| misraadden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | misraden |
| misraadt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | misraden |
| misrade | aanvoegende wijs | misraden |
| misradend | onvoltooid deelwoord | misraden |
| misradende | woordvorm | misraden |
| misried | verleden tijd | misraden |
| misrieden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | misraden |
| raad mis | gebiedende wijs | misraden |
| raadde mis | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 1e persoon | misraden |
| raadden mis | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | misraden |
| raadt mis | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | misraden |
| rade mis | woordvorm | misraden |
| raden mis | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | misraden |
| ried mis | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 1e persoon | misraden |
| rieden mis | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | misraden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van misraden zijn vastgelegd.