Naar de inhoud

misraden

iemand op verkeerde wijze raadgeven

misraden

werkwoord mɪsˈradə(n)

Betekenis

  1. iemand op verkeerde wijze raadgeven
  2. verkeerd raden

Hoe spreek je misraden uit?

/mɪsˈradən/

Misraden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /mɪsˈradən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
m maan
ɪ pit
s sok
r rood
a maan
d dak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Woordvorm

  • iemand op verkeerde wijze raadgeven
  • voltooid deelwoord van misraden

Vervoeging van misraden

misradenhele werkwoord — misraaddeverleden tijd enkelvoud — misraaddenverleden tijd meervoud — misgeradenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik misraad misraadde
jij misraadt misraadde
hij, zij, het misraadt misraadde
wij raden mis misraadden
jullie raden mis misraadden
zij raden mis misraadden
Alle 269 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
[A] misráden canonical
ben misgeraden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
ben misraden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent misgeraden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bent misraden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is misgeraden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er is misraden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was misgeraden impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er was misraden impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd misgeraden impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er werd misraden impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt misgeraden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er wordt misraden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal misgeraden worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal misgeraden zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zal misraden worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal misraden zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou misgeraden worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou misgeraden zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
er zou misraden worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou misraden zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had misgeraden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had misgeraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had misgeraden voltooid, verleden tijd, derde persoon
had misraden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had misraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had misraden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden misgeraden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden misgeraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden misgeraden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden misraden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden misraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden misraden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt misgeraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadt misraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb misgeraden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
heb misraden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben misgeraden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben misgeraden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben misgeraden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben misgeraden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebben misraden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben misraden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben misraden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben misraden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt misgeraden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebt misraden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft misgeraden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft misgeraden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
heeft misraden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft misraden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is misgeraden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is misgeraden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is misraden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is misraden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
mis te raden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
mis te zullen raden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
mis zal raden bijzin, toekomende tijd
mis zou raden bijzin, voorwaardelijk
mis zouden raden bijzin, voorwaardelijk
mis zoudt raden bijzin, voorwaardelijk
mis zullen raden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
mis zullen raden bijzin, toekomende tijd
mis zult raden bijzin, toekomende tijd
misgeraden verleden tijd, deelwoord
misgeraden te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
misgeraden te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
misgeraden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
misgeraden te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
misgeraden te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
misgeraden worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
misgeraden zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
misgeraden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
misgeraden zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
misgeraden zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
misraad gebiedende wijs
misraad bijzin, tegenwoordige tijd
misraadde verleden tijd
misraadde bijzin, verleden tijd
misraadden bijzin, verleden tijd
misraadt bijzin, tegenwoordige tijd
misrade aanvoegende wijs
misraden verleden tijd, deelwoord
misraden te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
misraden te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
misraden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
misraden te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
misraden te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
misraden worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
misraden zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
misraden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
misraden zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
misraden zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
misradend onvoltooid, deelwoord
misried verleden tijd
misried bijzin, verleden tijd
misrieden bijzin, verleden tijd
raad mis gebiedende wijs
te hebben misgeraden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben misraden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te misraden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen misraden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart misgeraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waart misraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren misgeraden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren misgeraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren misgeraden voltooid, verleden tijd, derde persoon
waren misraden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren misraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren misraden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was misgeraden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was misgeraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was misgeraden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was misraden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was misraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was misraden voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd misgeraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd misgeraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd misgeraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werd misraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd misraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd misraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden misgeraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden misgeraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden misgeraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werden misraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden misraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden misraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt misgeraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werdt misraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word misgeraden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
word misraden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden misgeraden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden misgeraden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden misgeraden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
worden misraden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden misraden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden misraden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon

Vervoeging van misraden

misradenhele werkwoord — misraaddeverleden tijd enkelvoud — misraaddenverleden tijd meervoud — misgeradenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik misraad misraadde
jij misraadt misraadde
hij, zij, het misraadt misraadde
wij raden mis misraadden
jullie raden mis misraadden
zij raden mis misraadden
Alle 268 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
[B] mísraden canonical
ben misgeraden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
ben misraden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent misgeraden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
bent misraden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is misgeraden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er is misraden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was misgeraden impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er was misraden impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd misgeraden impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er werd misraden impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt misgeraden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er wordt misraden impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal misgeraden worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal misgeraden zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zal misraden worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal misraden zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou misgeraden worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou misgeraden zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
er zou misraden worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou misraden zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had misgeraden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had misgeraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had misgeraden voltooid, verleden tijd, derde persoon
had misraden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had misraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had misraden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden misgeraden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden misgeraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden misgeraden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden misraden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden misraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden misraden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt misgeraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadt misraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb misgeraden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
heb misraden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben misgeraden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben misgeraden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben misgeraden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben misgeraden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebben misraden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben misraden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben misraden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben misraden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt misgeraden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebt misraden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft misgeraden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft misgeraden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
heeft misraden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft misraden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is misgeraden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is misgeraden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is misraden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is misraden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
mis te raden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
mis te zullen raden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
mis zal raden bijzin, toekomende tijd
mis zou raden bijzin, voorwaardelijk
mis zouden raden bijzin, voorwaardelijk
mis zoudt raden bijzin, voorwaardelijk
mis zullen raden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
mis zullen raden bijzin, toekomende tijd
mis zult raden bijzin, toekomende tijd
misgeraden verleden tijd, deelwoord
misgeraden te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
misgeraden te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
misgeraden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
misgeraden te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
misgeraden te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
misgeraden worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
misgeraden zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
misgeraden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
misgeraden zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
misgeraden zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
misraad gebiedende wijs
misraad bijzin, tegenwoordige tijd
misraadde bijzin, verleden tijd
misraadden bijzin, verleden tijd
misraadt bijzin, tegenwoordige tijd
misrade aanvoegende wijs
misraden te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
misraden te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
misraden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
misraden te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
misraden te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
misraden worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
misraden zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
misraden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
misraden zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
misraden zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
misradend onvoltooid, deelwoord
misried bijzin, verleden tijd
misrieden bijzin, verleden tijd
raad mis gebiedende wijs
raadde mis verleden tijd
ried mis verleden tijd
te hebben misgeraden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben misraden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te misraden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen misraden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart misgeraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waart misraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren misgeraden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren misgeraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren misgeraden voltooid, verleden tijd, derde persoon
waren misraden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren misraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren misraden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was misgeraden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was misgeraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was misgeraden voltooid, verleden tijd, derde persoon
was misraden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was misraden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was misraden voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd misgeraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd misgeraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd misgeraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werd misraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd misraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd misraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden misgeraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden misgeraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden misgeraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werden misraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden misraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden misraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt misgeraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werdt misraden enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word misgeraden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
word misraden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden misgeraden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden misgeraden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden misgeraden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
worden misraden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden misraden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden misraden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt misgeraden enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon

Woordfamilie van misraden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
misgeraden voltooid deelwoord misraden
misraad gebiedende wijs misraden
misraadde verleden tijd misraden
misraadden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon misraden
misraadt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon misraden
misrade aanvoegende wijs misraden
misradend onvoltooid deelwoord misraden
misradende woordvorm misraden
misried verleden tijd misraden
misrieden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon misraden
raad mis gebiedende wijs misraden
raadde mis aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 1e persoon misraden
raadden mis aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon misraden
raadt mis aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon misraden
rade mis woordvorm misraden
raden mis aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon misraden
ried mis aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 1e persoon misraden
rieden mis aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon misraden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van misraden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over misraden

Hoe spreek ik misraden uit?
Zo spreek je misraden uit: /mɪsˈradə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van misraden?
Misraden is een werkwoord. De betekenis is: iemand op verkeerde wijze raadgeven. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik misraden?
Zo vervoeg je misraden zo: de tegenwoordige tijd is misraad, de verleden tijd is misraadde en het voltooid deelwoord is misgeraden. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op misraden?

Misraden rijmt op 41 woorden op -aden; braden, raden en laden bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op misraden, uitspraak mɪsˈradən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
braden 2
raden 2
laden 2
baden 2
verraden 3
overladen 4
kaden 2
zonnebaden 4
ongeraden 4
plejaden 3
aanbaden 3
aangeraden 4
aanrechtbladen 4
afscheidswaden 4
bladen 2
daden 2
dageraden 4
dubbelbladen 4
elitezaden 5
emancipatieraden 7
enkelbladen 4
geitenpaden 4
geraden 3
golfbaden 4
graden 2
hersenschaden 4
kerkbladen 4
miljoenenschaden 5
motorschaden 4
naden 2
olifantenpaden 6
participatiegraden 7
pleiaden 3
ragaden 3
reclamebladen 5
tractatenbladen 5
tribaden 3
vochtigheidsgraden 5
wandelpaden 4
woningraden 4
Nog 1 rijmwoord
zaden 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord misraden is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. M 3
  2. I 1
  3. S 2
  4. R 2
  5. A 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

misraden levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. M 3
  2. I 2
  3. S 2
  4. R 2
  5. A 1
  6. D 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 14 zonder bonus
  10. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

misraden in het kort

misraden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van misraden staan er 154 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort misraden bij een woordfamilie van 18 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

misraden: iemand op verkeerde wijze raadgeven
Deel misraden — standaardnederlands.nl