raden
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈradə(n)Betekenis
- een gissing maken naar iets
- een advies geven
- raad geven
Hoe spreek je raden uit?
/ˈradən/
Raden bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| a | maan |
| d | dak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van raden
radenhele werkwoord — raaddeverleden tijd enkelvoud — raaddenverleden tijd meervoud — geradenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | raad | raadde |
| jij | raadt | raadde |
| hij, zij, het | raadt | raadde |
| wij | raden | raadden |
| jullie | raden | raadden |
| zij | raden | raadden |
Alle 127 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geraden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geraden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geraden | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geraden | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geraden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geraden worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geraden zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geraden worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geraden zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geraden | verleden tijd, deelwoord |
| geraden te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geraden te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geraden te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geraden te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geraden te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geraden worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geraden zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geraden zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geraden zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geraden zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geraden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geraden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geraden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geraden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geraden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geraden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geraden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geraden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geraden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geraden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| raad | gebiedende wijs |
| raadde | verleden tijd |
| rade | aanvoegende wijs |
| radend | onvoltooid, deelwoord |
| ried | verleden tijd |
| te hebben geraden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te raden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen raden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geraden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geraden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geraden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geraden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geraden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geraden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geraden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geraden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geraden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geraden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geraden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geraden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geraden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geraden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geraden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geraden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geraden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geraden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geraden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal raden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal raden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal raden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geraden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geraden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geraden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geraden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geraden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geraden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geraden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geraden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geraden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geraden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geraden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geraden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou raden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou raden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou raden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geraden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geraden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geraden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geraden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geraden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geraden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geraden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geraden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geraden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden raden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden raden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden raden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geraden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geraden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geraden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt raden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geraden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geraden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geraden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geraden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geraden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geraden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geraden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geraden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geraden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen raden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen raden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen raden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen raden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geraden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geraden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geraden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult raden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord raad
Herkomst
van Oudnederlands rādan, in de betekenis van ‘gissen, adviseren’ voor het eerst aangetroffen in 1100 .
Woordfamilie van raden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geraden | voltooid deelwoord | raden |
| raadde | verleden tijd | raden |
| raadden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | raden |
| raadt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | raden |
| radend | onvoltooid deelwoord | raden |
| radende | woordvorm | raden |
| ried | verleden tijd | raden |
| rieden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | raden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van raden zijn vastgelegd.