verdraaien
werkwoord vərˈdrajə(n)Betekenis
- door draaien in een andere stand brengen
- door draaien beschadigen
- de stem ~ opzettelijk trachten de stem onherkenbaar te laten klinken
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Hoe spreek je verdraaien uit?
/vərˈdrajən/
Verdraaien bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| d | dak |
| a | maan |
| j | ja |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- verkeerd voorstellen of weergeven transitive
Vervoeging van verdraaien
verdraaienhele werkwoord — verdraaideverleden tijd enkelvoud — verdraaidenverleden tijd meervoud — verdraaidvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verdraai | verdraaide |
| jij | verdraait | verdraaide |
| hij, zij, het | verdraait | verdraaide |
| wij | verdraaien | verdraaiden |
| jullie | verdraaien | verdraaiden |
| zij | verdraaien | verdraaiden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verdraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verdraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verdraaid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verdraaid | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verdraaid | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verdraaid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verdraaid worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verdraaid zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verdraaid worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verdraaid zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verdraaid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verdraaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verdraaid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verdraaid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verdraaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verdraaid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verdraaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verdraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verdraaid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verdraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verdraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verdraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verdraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verdraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verdraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verdraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verdraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verdraaid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verdraaien | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verdraaien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdraai | gebiedende wijs |
| verdraaid | verleden tijd, deelwoord |
| verdraaid te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verdraaid te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verdraaid te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdraaid te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdraaid te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verdraaid worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verdraaid zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verdraaid zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verdraaid zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verdraaid zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verdraaide | verleden tijd |
| verdraaie | aanvoegende wijs |
| verdraaiend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verdraaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verdraaid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verdraaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verdraaid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verdraaid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verdraaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verdraaid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verdraaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verdraaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verdraaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verdraaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verdraaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verdraaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verdraaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verdraaid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verdraaid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verdraaid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verdraaid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verdraaid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verdraaid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verdraaid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verdraaid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verdraaid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verdraaid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verdraaid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verdraaid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verdraaid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verdraaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verdraaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verdraaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verdraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verdraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verdraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verdraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verdraaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verdraaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verdraaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verdraaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verdraaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verdraaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verdraaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verdraaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verdraaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verdraaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verdraaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verdraaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verdraaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verdraaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verdraaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verdraaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verdraaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verdraaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verdraaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verdraaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verdraaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verdraaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verdraaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verdraaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verdraaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verdraaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verdraaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verdraaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verdraaid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verdraaid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verdraaid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verdraaid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verdraaid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verdraaid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verdraaid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verdraaid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verdraaid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verdraaien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verdraaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verdraaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verdraaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verdraaid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verdraaid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verdraaid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verdraaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van draaien met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verdraaien
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verdraai | gebiedende wijs | verdraaien |
| verdraaiden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verdraaien |
| verdraaie | aanvoegende wijs | verdraaien |
| verdraaiend | onvoltooid deelwoord | verdraaien |
| verdraaiende | woordvorm | verdraaien |
| verdraait | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verdraaien |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verdraaien zijn vastgelegd.