Naar de inhoud

verdraaien

door draaien in een andere stand brengen

verdraaien

werkwoord vərˈdrajə(n)

Betekenis

  1. door draaien in een andere stand brengen
  2. door draaien beschadigen
  3. de stem ~ opzettelijk trachten de stem onherkenbaar te laten klinken
  4. tweede betekenisomschrijving
  5. enz.

Hoe spreek je verdraaien uit?

/vərˈdrajən/

Verdraaien bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vərˈdrajən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
d dak
a maan
j ja
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. verkeerd voorstellen of weergeven transitive

Vervoeging van verdraaien

verdraaienhele werkwoord — verdraaideverleden tijd enkelvoud — verdraaidenverleden tijd meervoud — verdraaidvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verdraai verdraaide
jij verdraait verdraaide
hij, zij, het verdraait verdraaide
wij verdraaien verdraaiden
jullie verdraaien verdraaiden
zij verdraaien verdraaiden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verdraaid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verdraaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verdraaid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verdraaid impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verdraaid impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verdraaid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verdraaid worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verdraaid zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verdraaid worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verdraaid zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verdraaid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verdraaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verdraaid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verdraaid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verdraaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verdraaid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verdraaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verdraaid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verdraaid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verdraaid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verdraaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verdraaid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verdraaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verdraaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verdraaid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verdraaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verdraaid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verdraaid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verdraaien actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verdraaien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verdraai gebiedende wijs
verdraaid verleden tijd, deelwoord
verdraaid te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verdraaid te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verdraaid te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verdraaid te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verdraaid te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verdraaid worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verdraaid zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verdraaid zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verdraaid zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verdraaid zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verdraaide verleden tijd
verdraaie aanvoegende wijs
verdraaiend onvoltooid, deelwoord
waart verdraaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verdraaid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verdraaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verdraaid voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verdraaid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verdraaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verdraaid voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verdraaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verdraaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verdraaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verdraaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verdraaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verdraaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verdraaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verdraaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verdraaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verdraaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verdraaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verdraaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verdraaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verdraaid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verdraaid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verdraaid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verdraaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verdraaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verdraaid zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verdraaid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verdraaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verdraaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verdraaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn verdraaid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verdraaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verdraaid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verdraaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verdraaid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verdraaid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verdraaid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verdraaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verdraaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verdraaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verdraaid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verdraaid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verdraaid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verdraaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verdraaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verdraaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verdraaid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verdraaid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verdraaid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verdraaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verdraaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verdraaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verdraaid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verdraaid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verdraaid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verdraaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verdraaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verdraaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verdraaid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verdraaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verdraaid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verdraaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verdraaid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verdraaid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verdraaid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verdraaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verdraaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verdraaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verdraaid zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verdraaid zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verdraaid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verdraaien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verdraaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verdraaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verdraaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verdraaid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verdraaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verdraaid zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verdraaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van draaien met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verdraaien

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verdraai gebiedende wijs verdraaien
verdraaiden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verdraaien
verdraaie aanvoegende wijs verdraaien
verdraaiend onvoltooid deelwoord verdraaien
verdraaiende woordvorm verdraaien
verdraait aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verdraaien

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verdraaien zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over verdraaien

Hoe spreek ik verdraaien uit?
Zo spreek je verdraaien uit: /vərˈdrajə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van verdraaien?
Verdraaien is een werkwoord. De betekenis is: door draaien in een andere stand brengen. In totaal staan er 6 betekenissen.
Hoe vervoeg ik verdraaien?
Zo vervoeg je verdraaien zo: de tegenwoordige tijd is verdraai, de verleden tijd is verdraaide en het voltooid deelwoord is verdraaid. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op verdraaien?

Verdraaien rijmt op 17 woorden op -aaien; aaien, waaien en zwaaien bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op verdraaien, uitspraak vərˈdrajən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
aaien 2
waaien 2
zwaaien 2
maaien 2
kraaien 2
ronddraaien 3
laaien 2
vendelzwaaien 4
dajen 2
haaien 2
okketaaien 4
palemaillen 4
papegaaien 4
sagaaien 3
schapraaien 3
ternaaien 3
zajen 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verdraaien is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. D 2
  5. R 2
  6. A 1
  7. A 1
  8. I 1
  9. E 1
  10. N 1
  11. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verdraaien levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. D 2
  5. R 2
  6. A 1
  7. A 1
  8. I 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 zonder bonus
  12. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verdraaien in het kort

verdraaien staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 6 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van verdraaien staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verdraaien bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verdraaien: door draaien in een andere stand brengen
Deel verdraaien — standaardnederlands.nl