vendelzwaaien
werkwoord ˈvɛndəlˌzwajə(n)Betekenis
- een vaandel met sierlijke bewegingen heen en weer zwaaien
Hoe spreek je vendelzwaaien uit?
/ˈvɛndəlˌzwajən/
Vendelzwaaien bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ɛ | bed |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| l | land |
| z | zon |
| w | quiz |
| a | maan |
| j | ja |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Vervoeging van vendelzwaaien
vendelzwaaienhele werkwoord — vendelzwaaideverleden tijd enkelvoud — vendelzwaaidenverleden tijd meervoud — gevendelzwaaidvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vendelzwaai | vendelzwaaide |
| jij | vendelzwaait | vendelzwaaide |
| hij, zij, het | vendelzwaait | vendelzwaaide |
| wij | vendelzwaaien | vendelzwaaiden |
| jullie | vendelzwaaien | vendelzwaaiden |
| zij | vendelzwaaien | vendelzwaaiden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gevendelzwaaid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gevendelzwaaid | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gevendelzwaaid | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gevendelzwaaid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gevendelzwaaid worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gevendelzwaaid zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gevendelzwaaid worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gevendelzwaaid zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gevendelzwaaid | verleden tijd, deelwoord |
| gevendelzwaaid te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevendelzwaaid zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gevendelzwaaid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gevendelzwaaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gevendelzwaaid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gevendelzwaaid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gevendelzwaaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gevendelzwaaid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gevendelzwaaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gevendelzwaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevendelzwaaid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gevendelzwaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevendelzwaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gevendelzwaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gevendelzwaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevendelzwaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevendelzwaaid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gevendelzwaaid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vendelzwaaien | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vendelzwaaien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vendelzwaai | gebiedende wijs |
| vendelzwaaide | verleden tijd |
| vendelzwaaie | aanvoegende wijs |
| vendelzwaaiend | onvoltooid, deelwoord |
| zal gevendelzwaaid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevendelzwaaid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gevendelzwaaid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vendelzwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vendelzwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vendelzwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gevendelzwaaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevendelzwaaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevendelzwaaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vendelzwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vendelzwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vendelzwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gevendelzwaaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gevendelzwaaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gevendelzwaaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vendelzwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vendelzwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vendelzwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gevendelzwaaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vendelzwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gevendelzwaaid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gevendelzwaaid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gevendelzwaaid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vendelzwaaien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vendelzwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vendelzwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vendelzwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gevendelzwaaid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vendelzwaaien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van vendel zn en zwaaien ww
Woordfamilie van vendelzwaaien
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gevendelzwaaid | voltooid deelwoord | vendelzwaaien |
| vendelzwaaide | verleden tijd | vendelzwaaien |
| vendelzwaaiden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vendelzwaaien |
| vendelzwaaiend | onvoltooid deelwoord | vendelzwaaien |
| vendelzwaaiende | woordvorm | vendelzwaaien |
| vendelzwaait | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | vendelzwaaien |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vendelzwaaien zijn vastgelegd.