Naar de inhoud

verminken

iemands lichaam blijvend en misvormend letsel toebrengen

verminken

werkwoord vərˈmɪŋkə(n)

Betekenis

  1. iemands lichaam blijvend en misvormend letsel toebrengen

Hoe spreek je verminken uit?

/vərˈmɪŋkən/

Verminken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vərˈmɪŋkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
m maan
ɪ pit
ŋ ding
k kat
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van verminken

verminkenhele werkwoord — verminkteverleden tijd enkelvoud — verminktenverleden tijd meervoud — verminktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vermink verminkte
jij verminkt verminkte
hij, zij, het verminkt verminkte
wij verminken verminkten
jullie verminken verminkten
zij verminken verminkten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verminkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verminkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verminkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verminkt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verminkt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verminkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verminkt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verminkt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verminkt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verminkt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verminkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verminkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verminkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verminkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verminkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verminkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verminkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verminkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verminkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verminkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verminkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verminkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verminkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verminkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verminkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verminkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verminkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verminkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verminken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verminken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vermink gebiedende wijs
verminke aanvoegende wijs
verminkend onvoltooid, deelwoord
verminkt verleden tijd, deelwoord
verminkt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verminkt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verminkt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verminkt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verminkt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verminkt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verminkt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verminkt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verminkt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verminkt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verminkte verleden tijd
waart verminkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verminkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verminkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verminkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verminkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verminkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verminkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verminkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verminkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verminkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verminkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verminkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verminkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verminkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verminkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verminkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verminkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verminkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verminkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verminkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verminken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verminken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verminken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal verminkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verminkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verminkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verminkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verminkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verminkt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verminkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn verminkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verminkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verminkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verminkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verminken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verminken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verminken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou verminkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verminkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verminkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verminkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verminkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verminkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verminkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verminkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verminkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verminken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verminken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verminken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden verminkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verminkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verminkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verminkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verminkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verminkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verminkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verminkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verminkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt verminken aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt verminkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verminkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verminkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen verminken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verminken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verminken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verminken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen verminkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verminkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verminkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verminkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verminkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verminkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verminkt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verminkt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verminkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult verminken aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult verminkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verminkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verminkt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘beschadigen’ voor het eerst aangetroffen in 1265

Woordfamilie van verminken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
vermink gebiedende wijs verminken
verminke aanvoegende wijs verminken
verminkend onvoltooid deelwoord verminken
verminkende woordvorm verminken
verminkten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verminken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verminken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verminken

Hoe spreek je verminken uit?
De uitspraak van verminken is: /vərˈmɪŋkə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent verminken?
Verminken is een werkwoord. Het woord betekent: iemands lichaam blijvend en misvormend letsel toebrengen.
Hoe vervoeg je verminken?
Je vervoegt verminken als volgt: de tegenwoordige tijd is vermink, de verleden tijd is verminkte en het voltooid deelwoord is verminkt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op verminken?

In dit woordenboek rijmen 15 woorden op -inken op verminken, zoals drinken, verdrinken en zinken. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op verminken, uitspraak vərˈmɪŋkən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
drinken 2
verdrinken 3
zinken 2
bezinken 3
hinken 2
stinken 2
klinken 2
slinken 2
pinken 2
vinken 2
verlinken 3
verpinken 3
schinken 2
skinken 2
syncen 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verminken is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. M 3
  5. I 1
  6. N 1
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verminken levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 78 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. M 3
  5. I 2
  6. N 1
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 18 zonder bonus
  11. 78 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verminken in het kort

verminken staat in dit woordenboek als werkwoord. Van verminken zijn 74 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort verminken bij een woordfamilie van 5 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

verminken: iemands lichaam blijvend en misvormend letsel toebrengen
Deel verminken — standaardnederlands.nl