verwringen
werkwoordBetekenis
- iets blijven vervormen in een wringende beweging
Vervoeging van verwringen
verwringenhele werkwoord — verwrongverleden tijd enkelvoud — verwrongenverleden tijd meervoud — verwrongenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verwring | verwrong |
| jij | verwringt | verwrong |
| hij, zij, het | verwringt | verwrong |
| wij | verwringen | verwrongen |
| jullie | verwringen | verwrongen |
| zij | verwringen | verwrongen |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verwrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verwrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verwrongen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verwrongen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verwrongen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verwrongen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verwrongen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verwrongen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verwrongen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verwrongen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verwrongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verwrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verwrongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verwrongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verwrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verwrongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verwrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verwrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verwrongen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verwrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verwrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verwrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verwrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verwrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verwrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verwrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verwrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verwrongen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verwringen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verwringen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verwring | gebiedende wijs |
| verwringe | aanvoegende wijs |
| verwringend | onvoltooid, deelwoord |
| verwrong | verleden tijd |
| verwrongen | verleden tijd, deelwoord |
| verwrongen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verwrongen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verwrongen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verwrongen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verwrongen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verwrongen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verwrongen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verwrongen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verwrongen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verwrongen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| waart verwrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verwrongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verwrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verwrongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verwrongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verwrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verwrongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verwrongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verwrongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verwrongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verwrongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verwrongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verwrongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verwrongen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verwrongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verwrongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verwrongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verwrongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verwrongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verwrongen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verwringen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verwringen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verwringen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verwrongen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verwrongen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verwrongen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verwrongen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verwrongen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verwrongen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verwrongen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn verwrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verwrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verwrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verwrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verwringen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verwringen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verwringen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verwrongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verwrongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verwrongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verwrongen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verwrongen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verwrongen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verwrongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verwrongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verwrongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verwringen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verwringen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verwringen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verwrongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verwrongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verwrongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verwrongen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verwrongen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verwrongen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verwrongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verwrongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verwrongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verwringen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verwrongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verwrongen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verwrongen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen verwringen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verwringen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verwringen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verwringen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen verwrongen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verwrongen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verwrongen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verwrongen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verwrongen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verwrongen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verwrongen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verwrongen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verwrongen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult verwringen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult verwrongen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verwrongen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verwrongen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van wringen met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verwringen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verwring | gebiedende wijs | verwringen |
| verwringe | aanvoegende wijs | verwringen |
| verwringend | onvoltooid deelwoord | verwringen |
| verwringende | woordvorm | verwringen |
| verwringt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verwringen |
| verwrong | verleden tijd | verwringen |
| verwrongen | voltooid deelwoord | verwringen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verwringen zijn vastgelegd.