wringen
werkwoord /'vrɪŋən/Betekenis
- met een draaiende beweging iets vervormen
- met uitoefening van enig geweld iets ergens in- of uithalen
- zich ~: in een beperkte ruimte bewegen door te draaien
- knellen
Hoe spreek je wringen uit?
/ˈvrɪŋən/
Wringen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| r | rood |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van wringen
wringenhele werkwoord — wrongverleden tijd enkelvoud — wrongenverleden tijd meervoud — gewrongenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | wring | wrong |
| jij | wringt | wrong |
| hij, zij, het | wringt | wrong |
| wij | wringen | wrongen |
| jullie | wringen | wrongen |
| zij | wringen | wrongen |
Alle 97 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gewrongen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gewrongen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gewrongen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gewrongen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gewrongen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gewrongen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gewrongen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gewrongen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gewrongen | verleden tijd, deelwoord |
| gewrongen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewrongen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gewrongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gewrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gewrongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gewrongen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gewrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gewrongen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gewrongen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gewrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewrongen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gewrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gewrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gewrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewrongen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gewrongen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te wringen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen wringen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| wring | gebiedende wijs |
| wring me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| wring u/je , wringt je | gebiedende wijs |
| wringe | aanvoegende wijs |
| wringe zich | aanvoegende wijs |
| wringen je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| wringen ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| wringen zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| wringend | onvoltooid, deelwoord |
| wringt je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| wringt u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| wringt u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| wringt zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| wringt zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| wringt zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| wrong | verleden tijd |
| wrong je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| wrong me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| wrong zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| wrong zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| wrong zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| wrongen je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| wrongen ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| wrongen zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| wrongt u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| wrongt u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| zal gewrongen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewrongen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gewrongen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal me wringen | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal wringen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal wringen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal wringen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal zich wringen | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je wringen | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich gewrongen hebben | verleden tijd |
| zich wringend | onvoltooid, deelwoord |
| zou gewrongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewrongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewrongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou wringen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou wringen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou wringen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gewrongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gewrongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gewrongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden wringen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden wringen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden wringen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gewrongen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt wringen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gewrongen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gewrongen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gewrongen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen je wringen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen ons wringen | eerste persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen wringen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen wringen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen wringen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen wringen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen zich wringen | derde persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult gewrongen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult u wringen | tweede persoon |
| zult u wringen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zult wringen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult zich/u wringen | tweede persoon |
| zult zich/u wringen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘draaiend samenknijpen’ voor het eerst aangetroffen in 1265
Woordfamilie van wringen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gewrongen | voltooid deelwoord | wringen |
| wring | gebiedende wijs | wringen |
| wringe | aanvoegende wijs | wringen |
| wringend | onvoltooid deelwoord | wringen |
| wringende | woordvorm | wringen |
| wringt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | wringen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wringen zijn vastgelegd.