Naar de inhoud

waaien

het plaatsvinden van een sterke luchtstroming ten gevolge van drukverschillen in de atmosfeer

waaien

werkwoord /'ʋajə(n)/

Betekenis

  1. het plaatsvinden van een sterke luchtstroming ten gevolge van drukverschillen in de atmosfeer
  2. een sterke luchtstroming veroorzaken
  3. door een sterke luchtstroming verplaatsen

Hoe spreek je waaien uit?

/ˈwajən/

Waaien bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈwajən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
w quiz
a maan
j ja
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van waaien

waaienhele werkwoord — waaideverleden tijd enkelvoud — waaidenverleden tijd meervoud — gewaaidvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik waai waaide
jij waait waaide
hij, zij, het waait waaide
wij waaien waaiden
jullie waaien waaiden
zij waaien waaiden
Alle 130 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gewaaid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gewaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gewaaid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gewaaid impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gewaaid impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gewaaid impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gewaaid worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gewaaid zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gewaaid worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gewaaid zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gewaaid verleden tijd, deelwoord
gewaaid te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gewaaid te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gewaaid te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewaaid te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewaaid te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gewaaid worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gewaaid zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gewaaid zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gewaaid zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gewaaid zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gewaaid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gewaaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gewaaid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gewaaid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gewaaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gewaaid voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gewaaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gewaaid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewaaid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gewaaid verleden tijd, deelwoord
hebben gewaaid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gewaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gewaaid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gewaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gewaaid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gewaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gewaaid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gewaaid actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te waaien actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen waaien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waai gebiedende wijs
waaide verleden tijd
waaie aanvoegende wijs
waaiend onvoltooid, deelwoord
waait tegenwoordige tijd
waart gewaaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gewaaid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gewaaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gewaaid voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gewaaid voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gewaaid voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gewaaid voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gewaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gewaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gewaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gewaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gewaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gewaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gewaaid enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
woei verleden tijd
word gewaaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gewaaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gewaaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gewaaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gewaaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gewaaid enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gewaaid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewaaid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gewaaid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gewaaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewaaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gewaaid zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gewaaid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal waaien toekomende tijd
zal waaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal waaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal waaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gewaaid voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gewaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gewaaid voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gewaaid voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gewaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gewaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gewaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gewaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gewaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou waaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou waaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou waaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gewaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gewaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gewaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gewaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gewaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gewaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gewaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gewaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gewaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden waaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden waaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden waaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gewaaid hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gewaaid worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gewaaid zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt waaien aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gewaaid hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gewaaid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gewaaid hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gewaaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gewaaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gewaaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gewaaid zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gewaaid zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gewaaid zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen waaien actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen waaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen waaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen waaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gewaaid hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gewaaid worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gewaaid zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult waaien aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

van Middelnederlands waien ww : een klasse 7 ww o.v.t. wieu, in Gotisch reduplicerend: waiwo van een Proto-Indo-Europees wortel *we met gelijke betekenis. In de betekenis van ‘blazen (van wind)’ voor het eerst aangetroffen in 1100

Woordfamilie van waaien

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gewaaid voltooid deelwoord waaien
gewaaide woordvorm waaien
waaide verleden tijd waaien
waaiden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon waaien
waaie aanvoegende wijs waaien
waaiend onvoltooid deelwoord waaien
waaiende woordvorm waaien
waait aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon waaien
woei verleden tijd waaien
woeien aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon waaien

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van waaien zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over waaien

Hoe spreek ik waaien uit?
Zo spreek je waaien uit: /'ʋajə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van waaien?
Waaien is een werkwoord. De betekenis is: het plaatsvinden van een sterke luchtstroming ten gevolge van drukverschillen in de atmosfeer. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik waaien?
Zo vervoeg je waaien zo: de tegenwoordige tijd is waai, de verleden tijd is waaide en het voltooid deelwoord is gewaaid. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op waaien?

Er staan 17 woorden in dit woordenboek die op waaien rijmen, waaronder aaien, zwaaien en maaien. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op waaien, uitspraak ˈwajən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
aaien 2
zwaaien 2
maaien 2
kraaien 2
ronddraaien 3
verdraaien 3
laaien 2
vendelzwaaien 4
dajen 2
haaien 2
okketaaien 4
palemaillen 4
papegaaien 4
sagaaien 3
schapraaien 3
ternaaien 3
zajen 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord waaien is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. W 5
  2. A 1
  3. A 1
  4. I 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

waaien levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. W 5
  2. A 1
  3. A 1
  4. I 2
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (W) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

waaien telt 6 letters, waarvan 5 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

waaien in het kort

waaien staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van waaien staan er 78 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort waaien bij een woordfamilie van 10 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

waaien: het plaatsvinden van een sterke luchtstroming ten gevolge van drukverschillen in de atmosfeer
Deel waaien — standaardnederlands.nl