ronddraaien
werkwoord /rɔntˈdrajə(n)/Betekenis
- een cirkelvormige beweging maken
Hoe spreek je ronddraaien uit?
/rɔntˈdrajən/
Ronddraaien bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| t | tak |
| d | dak |
| a | maan |
| j | ja |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van ronddraaien
ronddraaienhele werkwoord — draaide rondverleden tijd enkelvoud — draaiden rondverleden tijd meervoud — rondgedraaidvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | draai rond | draaide rond |
| jij | draait rond | draaide rond |
| hij, zij, het | draait rond | draaide rond |
| wij | draaien rond | draaiden rond |
| jullie | draaien rond | draaiden rond |
| zij | draaien rond | draaiden rond |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben rondgedraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent rondgedraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| draai rond | gebiedende wijs |
| draaide rond | verleden tijd |
| er is rondgedraaid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was rondgedraaid | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd rondgedraaid | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt rondgedraaid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal rondgedraaid worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal rondgedraaid zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou rondgedraaid worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou rondgedraaid zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had rondgedraaid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had rondgedraaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had rondgedraaid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden rondgedraaid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden rondgedraaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden rondgedraaid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt rondgedraaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb rondgedraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben rondgedraaid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben rondgedraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben rondgedraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben rondgedraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt rondgedraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft rondgedraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft rondgedraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is rondgedraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is rondgedraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| rond te draaien | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| rond te zullen draaien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| rond zal draaien | bijzin, toekomende tijd |
| rond zou draaien | bijzin, voorwaardelijk |
| rond zouden draaien | bijzin, voorwaardelijk |
| rond zoudt draaien | bijzin, voorwaardelijk |
| rond zullen draaien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| rond zullen draaien | bijzin, toekomende tijd |
| rond zult draaien | bijzin, toekomende tijd |
| ronddraai | bijzin, tegenwoordige tijd |
| ronddraaide | bijzin, verleden tijd |
| ronddraaiden | bijzin, verleden tijd |
| ronddraaiend | onvoltooid, deelwoord |
| ronddraait | bijzin, tegenwoordige tijd |
| rondgedraaid | verleden tijd, deelwoord |
| rondgedraaid te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| rondgedraaid te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| rondgedraaid te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| rondgedraaid te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| rondgedraaid te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| rondgedraaid worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| rondgedraaid zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| rondgedraaid zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| rondgedraaid zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| rondgedraaid zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| te hebben rondgedraaid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen ronddraaien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart rondgedraaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren rondgedraaid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren rondgedraaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren rondgedraaid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was rondgedraaid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was rondgedraaid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was rondgedraaid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd rondgedraaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd rondgedraaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd rondgedraaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden rondgedraaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden rondgedraaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden rondgedraaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt rondgedraaid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word rondgedraaid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden rondgedraaid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden rondgedraaid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden rondgedraaid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt rondgedraaid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt rondgedraaid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal ronddraaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal ronddraaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal ronddraaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal ronddraaien | bijzin, toekomende tijd |
| zal rondgedraaid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal rondgedraaid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal rondgedraaid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal rondgedraaid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal rondgedraaid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal rondgedraaid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal rondgedraaid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn rondgedraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn rondgedraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn rondgedraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt rondgedraaid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou ronddraaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou ronddraaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou ronddraaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou ronddraaien | bijzin, voorwaardelijk |
| zou rondgedraaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou rondgedraaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou rondgedraaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou rondgedraaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou rondgedraaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou rondgedraaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou rondgedraaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou rondgedraaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou rondgedraaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) ronddraaien rond zou(dt) draaien | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden ronddraaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ronddraaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ronddraaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden ronddraaien | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden rondgedraaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden rondgedraaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden rondgedraaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden rondgedraaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden rondgedraaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden rondgedraaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden rondgedraaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden rondgedraaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden rondgedraaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt ronddraaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt ronddraaien | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt rondgedraaid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt rondgedraaid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt rondgedraaid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen ronddraaien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen ronddraaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ronddraaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ronddraaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen ronddraaien | bijzin, toekomende tijd |
| zullen rondgedraaid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen rondgedraaid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen rondgedraaid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen rondgedraaid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen rondgedraaid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen rondgedraaid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen rondgedraaid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen rondgedraaid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen rondgedraaid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult ronddraaien | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van rond en draaien
Woordfamilie van ronddraaien
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| draai rond | gebiedende wijs | ronddraaien |
| draaide rond | verleden tijd | ronddraaien |
| draaiden rond | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | ronddraaien |
| draaie rond | woordvorm | ronddraaien |
| draaien rond | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | ronddraaien |
| draait rond | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | ronddraaien |
| ronddraai | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | ronddraaien |
| ronddraaide | subordinate-clause, verleden tijd | ronddraaien |
| ronddraaiden | subordinate-clause, verleden tijd | ronddraaien |
| ronddraaie | with-subordinate-clause | ronddraaien |
| ronddraait | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | ronddraaien |
| rondgedraaid | voltooid deelwoord | ronddraaien |
| rondgedraaide | woordvorm | ronddraaien |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ronddraaien zijn vastgelegd.