misvormen
werkwoordBetekenis
- de natuurlijke vorm van het lichaam blijvend beschadigen
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Vervoeging van misvormen
misvormenhele werkwoord — misvormdeverleden tijd enkelvoud — misvormdenverleden tijd meervoud — misvormdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | misvorm | misvormde |
| jij | misvormt | misvormde |
| hij, zij, het | misvormt | misvormde |
| wij | misvormen | misvormden |
| jullie | misvormen | misvormden |
| zij | misvormen | misvormden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben misvormd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent misvormd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is misvormd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was misvormd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd misvormd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt misvormd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal misvormd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal misvormd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou misvormd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou misvormd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had misvormd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had misvormd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had misvormd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden misvormd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden misvormd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden misvormd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt misvormd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb misvormd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben misvormd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben misvormd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben misvormd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben misvormd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt misvormd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft misvormd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft misvormd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is misvormd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is misvormd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| misvorm | gebiedende wijs |
| misvormd | verleden tijd, deelwoord |
| misvormd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| misvormd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| misvormd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| misvormd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| misvormd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| misvormd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| misvormd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| misvormd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| misvormd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| misvormd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| misvormde | verleden tijd |
| misvorme | aanvoegende wijs |
| misvormend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben misvormd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te misvormen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen misvormen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart misvormd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren misvormd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren misvormd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren misvormd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was misvormd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was misvormd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was misvormd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd misvormd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd misvormd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd misvormd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden misvormd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden misvormd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden misvormd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt misvormd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word misvormd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden misvormd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden misvormd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden misvormd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt misvormd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt misvormd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal misvormd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal misvormd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal misvormd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal misvormd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal misvormd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal misvormd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal misvormd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal misvormen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal misvormen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal misvormen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn misvormd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn misvormd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn misvormd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt misvormd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou misvormd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou misvormd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou misvormd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou misvormd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou misvormd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou misvormd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou misvormd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou misvormd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou misvormd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou misvormen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou misvormen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou misvormen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden misvormd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden misvormd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden misvormd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden misvormd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden misvormd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden misvormd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden misvormd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden misvormd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden misvormd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden misvormen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden misvormen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden misvormen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt misvormd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt misvormd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt misvormd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt misvormen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen misvormd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen misvormd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen misvormd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen misvormd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen misvormd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen misvormd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen misvormd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen misvormd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen misvormd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen misvormen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen misvormen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen misvormen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen misvormen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult misvormd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult misvormd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult misvormd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult misvormen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van mis en vormen
Woordfamilie van misvormen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| misvorm | gebiedende wijs | misvormen |
| misvormden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | misvormen |
| misvorme | aanvoegende wijs | misvormen |
| misvormend | onvoltooid deelwoord | misvormen |
| misvormende | woordvorm | misvormen |
| misvormt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | misvormen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van misvormen zijn vastgelegd.