lallen
werkwoord /ˈlɑ.lə(n)/Betekenis
- onverstaanbare en onsamenhangende praat uitslaan, vaak onder invloed van alcohol
Hoe spreek je lallen uit?
/ˈlɑlən/
Lallen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ɑ | bad |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van lallen
lallenhele werkwoord — laldeverleden tijd enkelvoud — laldenverleden tijd meervoud — gelaldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | lal | lalde |
| jij | lalt | lalde |
| hij, zij, het | lalt | lalde |
| wij | lallen | lalden |
| jullie | lallen | lalden |
| zij | lallen | lalden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gelald | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gelald | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gelald | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gelald | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gelald worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gelald zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gelald worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gelald zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gelald | verleden tijd, deelwoord |
| gelald te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelald zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gelald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gelald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gelald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gelald | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gelald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gelald | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gelald | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gelald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gelald | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gelald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gelald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelald | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelald | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| lal | gebiedende wijs |
| lalde | verleden tijd |
| lalle | aanvoegende wijs |
| lallend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gelald | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te lallen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen lallen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gelald hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gelald hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal lallen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal lallen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal lallen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gelald hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelald hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou lallen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou lallen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou lallen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gelald hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelald hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden lallen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden lallen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden lallen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gelald hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt lallen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gelald hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelald hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen lallen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen lallen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen lallen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen lallen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gelald hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult lallen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘onduidelijk praten’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1580
Woordfamilie van lallen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gelald | voltooid deelwoord | lallen |
| gelalde | woordvorm | lallen |
| lal | gebiedende wijs | lallen |
| lalde | verleden tijd | lallen |
| lalden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | lallen |
| lalle | aanvoegende wijs | lallen |
| lalt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | lallen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lallen zijn vastgelegd.