Naar de inhoud

knallen

een hard geluid of knal geven

knallen is meer dan één woord

knallen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈknɑlə(n)

Betekenis

  1. een hard geluid of knal geven
  2. zich het beste geven
  3. uit elkaar ~
  4. een knal geven
  5. gek zijn
  6. ergernis veroorzaken
  7. met een vuurwapen op iemand schieten
  8. iemand een klap geven
  9. fel schijnen, branden (van de zon)
  10. neuken
  11. zuipen

Hoe spreek je knallen uit?

/ˈknɑlən/

Knallen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈknɑlən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
k kat
n nek
ɑ bad
l land
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van knallen

knallenhele werkwoord — knaldeverleden tijd enkelvoud — knaldenverleden tijd meervoud — geknaldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik knal knalde
jij knalt knalde
hij, zij, het knalt knalde
wij knallen knalden
jullie knallen knalden
zij knallen knalden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
geknald verleden tijd, deelwoord
geknald te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geknald zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geknald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geknald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geknald voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geknald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geknald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geknald voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geknald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geknald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geknald actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geknald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geknald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geknald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geknald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geknald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geknald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
knal gebiedende wijs
knalde verleden tijd
knalle aanvoegende wijs
knallend onvoltooid, deelwoord
te hebben geknald actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te knallen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen knallen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geknald hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geknald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geknald hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal knallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal knallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal knallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geknald hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geknald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geknald hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou knallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou knallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou knallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geknald hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geknald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geknald hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden knallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden knallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden knallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geknald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt knallen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geknald hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geknald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geknald hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen knallen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen knallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen knallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen knallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geknald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult knallen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord knal

Herkomst

Waarschijnlijk ontleend aan Duits knallen , vanwege de relatief late verschijning ervan in het Nederlands, in de betekenis van ‘met het geluid van een ontploffing weerklinken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1762.

Woordfamilie van knallen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geknald voltooid deelwoord knallen
geknalde woordvorm knallen
knalde verleden tijd knallen
knalden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon knallen
knalle aanvoegende wijs knallen
knalt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon knallen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van knallen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over knallen

Hoe spreek ik knallen uit?
Zo spreek je knallen uit: /ˈknɑlə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van knallen?
Knallen is een werkwoord. De betekenis is: een hard geluid of knal geven. In totaal staan er 11 betekenissen.
Hoe vervoeg ik knallen?
Zo vervoeg je knallen zo: de tegenwoordige tijd is knal, de verleden tijd is knalde en het voltooid deelwoord is geknald. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op knallen?

In dit woordenboek rijmen 31 woorden op -allen op knallen, zoals vallen, bevallen en overvallen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op knallen, uitspraak ˈknɑlən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
vallen 2
bevallen 3
overvallen 4
lallen 2
gevallen 3
stallen 2
ontvallen 3
vervallen 3
lastigvallen 4
wallen 2
lotgevallen 4
omvallen 3
kallen 2
rallen 2
versmallen 3
aangevallen 4
aankomsthallen 4
allen 2
beachvolleyballen 5
betrouwbaarheidsintervallen 8
busongevallen 5
inkomhallen 4
kwallen 2
overlijdensgevallen 7
pedestallen 4
schapenstallen 4
twijfelgevallen 5
verdrinkingsongevallen 7
watervallen 4
werkloosheidsvallen 6
zestigtallen 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord knallen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. K 3
  2. N 1
  3. A 1
  4. L 3
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

knallen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 97 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. K 3
  2. N 1
  3. A 1
  4. L 3
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 zonder bonus
  9. 97 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

knallen telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

knallen in het kort

knallen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 11 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van knallen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort knallen bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

knallen: een hard geluid of knal geven
Deel knallen — standaardnederlands.nl