vellen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- neer doen komen, doen vallen
werkwoord
- horizontaal richten, m.n. een speer of lans transitive
- een dier doden transitive
- vellen vormen intransitive
Vervoeging van vellen
vellenhele werkwoord — veldeverleden tijd enkelvoud — veldenverleden tijd meervoud — geveldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vel | velde |
| jij | velt | velde |
| hij, zij, het | velt | velde |
| wij | vellen | velden |
| jullie | vellen | velden |
| zij | vellen | velden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geveld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geveld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geveld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geveld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geveld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geveld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geveld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geveld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geveld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geveld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geveld | verleden tijd, deelwoord |
| geveld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geveld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geveld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geveld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geveld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geveld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geveld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geveld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geveld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geveld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geveld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geveld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geveld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geveld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geveld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geveld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geveld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geveld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geveld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geveld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geveld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geveld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geveld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geveld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geveld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geveld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geveld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben geveld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vellen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vellen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vel | gebiedende wijs |
| velde | verleden tijd |
| velle | aanvoegende wijs |
| vellend | onvoltooid, deelwoord |
| waart geveld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geveld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geveld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geveld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geveld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geveld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geveld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geveld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geveld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geveld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geveld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geveld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geveld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geveld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geveld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geveld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geveld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geveld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geveld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geveld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geveld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geveld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geveld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geveld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geveld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geveld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geveld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geveld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geveld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geveld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geveld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geveld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geveld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geveld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geveld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geveld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geveld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geveld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geveld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geveld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geveld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geveld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geveld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geveld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geveld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vellen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geveld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geveld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geveld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geveld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geveld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geveld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geveld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geveld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geveld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vellen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geveld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geveld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geveld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vellen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord vel
Herkomst
In de betekenis van ‘doen vallen’ voor het eerst aangetroffen in 1220
Woordfamilie van vellen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| velle | aanvoegende wijs | vellen |
| vellend | onvoltooid deelwoord | vellen |
| vellende | woordvorm | vellen |
| velt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | vellen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vellen zijn vastgelegd.