toegangspoort
zelfstandig naamwoord ˈtuɣɑŋsˌportBetekenis
- plaats waar men een gebouw of gebied kan binnengaan
Hoe spreek je toegangspoort uit?
/ˈtuxɑŋsˌport/
Toegangspoort bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| u | boek |
| x | acht |
| ɑ | bad |
| ŋ | ding |
| s | sok |
| p | pak |
| o | boot |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| toegangspoorten | meervoud |
| toegangspoortje | verkleinwoord, enkelvoud |
| toegangspoortjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van toegang zn en poort zn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van toegangspoort
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| toegangspoorten | meervoud | toegangspoort |
| toegangspoortje | verkleinwoord | toegangspoort |
| toegangspoortjes | verkleinwoord meervoud | toegangspoort |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toegangspoort zijn vastgelegd.