Naar de inhoud

spannen

spinnen; een lange draad vervaardigen door enkele vezels in elkaar te vervlechten

spannen is meer dan één woord

spannen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈspɑnə(n)

Betekenis

  1. spinnen; een lange draad vervaardigen door enkele vezels in elkaar te vervlechten
  2. spinnen; (van katten) een snorrend geluid maken, snorren
  3. wikkelen, omwinden
  4. pakken, grijpen

Hoe spreek je spannen uit?

/ˈspɑnən/

Spannen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈspɑnən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
p pak
ɑ bad
n nek
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. onder trekkracht brengen transitive
  2. het werkwoord behoorde tot klasse 7 en de verleden tijd was spien Early-Modern-Dutch, transitive

Vervoeging van spannen

spannenhele werkwoord — spandeverleden tijd enkelvoud — spandenverleden tijd meervoud — gespannenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik span spande
jij spant spande
hij, zij, het spant spande
wij spannen spanden
jullie spannen spanden
zij spannen spanden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gespannen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gespannen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gespannen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gespannen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gespannen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gespannen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gespannen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gespannen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gespannen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gespannen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gespannen verleden tijd, deelwoord
gespannen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gespannen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gespannen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gespannen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gespannen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gespannen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gespannen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gespannen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gespannen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gespannen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gespannen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gespannen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gespannen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gespannen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gespannen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gespannen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gespannen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gespannen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gespannen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gespannen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gespannen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gespannen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gespannen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gespannen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gespannen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gespannen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gespannen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
span gebiedende wijs
spande verleden tijd
spanne aanvoegende wijs
spannend onvoltooid, deelwoord
te hebben gespannen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te spannen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen spannen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gespannen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gespannen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gespannen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gespannen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gespannen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gespannen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gespannen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gespannen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gespannen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gespannen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gespannen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gespannen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gespannen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gespannen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gespannen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gespannen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gespannen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gespannen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gespannen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gespannen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gespannen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gespannen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gespannen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gespannen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gespannen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gespannen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gespannen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal spannen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal spannen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal spannen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gespannen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gespannen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gespannen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gespannen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gespannen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gespannen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gespannen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gespannen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gespannen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gespannen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gespannen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gespannen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gespannen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou spannen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou spannen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou spannen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gespannen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gespannen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gespannen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gespannen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gespannen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gespannen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gespannen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gespannen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gespannen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden spannen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden spannen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden spannen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gespannen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gespannen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gespannen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt spannen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gespannen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gespannen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gespannen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gespannen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gespannen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gespannen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gespannen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gespannen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gespannen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen spannen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen spannen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen spannen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen spannen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gespannen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gespannen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gespannen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult spannen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord span

Herkomst

In de betekenis van ‘strak trekken, vastmaken aan’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1091

Woordfamilie van spannen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
spande verleden tijd spannen
spanden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon spannen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van spannen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over spannen

Hoe spreek je spannen uit?
De uitspraak van spannen is: /ˈspɑnə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent spannen?
Spannen is een werkwoord. Het woord betekent: spinnen; een lange draad vervaardigen door enkele vezels in elkaar te vervlechten. Deze pagina beschrijft 6 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je spannen?
Je vervoegt spannen als volgt: de tegenwoordige tijd is span, de verleden tijd is spande en het voltooid deelwoord is gespannen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op spannen?

Er staan 24 woorden in dit woordenboek die op spannen rijmen, waaronder verbannen, gespannen en ontspannen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op spannen, uitspraak ˈspɑnən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
verbannen 3
gespannen 3
ontspannen 3
mannen 2
overspannen 4
wannen 2
bemannen 3
verspannen 3
aangespannen 4
aanvalsplannen 4
beschermingsplannen 5
bosjesmannen 4
christenmannen 4
douanemannen 5
jollenmannen 4
kerkbannen 4
kleppermannen 4
knaagdiermannen 4
lannen 2
pannen 2
stikstofplannen 4
uitvoeringsplannen 5
uitwerkingsplannen 5
wetenschapsmannen 5

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord spannen is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. P 3
  3. A 1
  4. N 1
  5. N 1
  6. E 1
  7. N 1
  8. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

spannen levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 97 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. P 4
  3. A 1
  4. N 1
  5. N 1
  6. E 1
  7. N 1
  8. 11 zonder bonus
  9. 97 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

spannen telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

spannen in het kort

spannen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 6 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van spannen zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort spannen bij een woordfamilie van 2 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

spannen: spinnen; een lange draad vervaardigen door enkele vezels in elkaar te vervlechten
Deel spannen — standaardnederlands.nl