wannen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈwɑnə(n)Betekenis
- graan zuiveren van kaf door het in de wind op te werpen of te laten vallen
Hoe spreek je wannen uit?
/ˈwɑnən/
Wannen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| w | quiz |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van wannen
wannenhele werkwoord — wandeverleden tijd enkelvoud — wandenverleden tijd meervoud — gewandvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | wan | wande |
| jij | want | wande |
| hij, zij, het | want | wande |
| wij | wannen | wanden |
| jullie | wannen | wanden |
| zij | wannen | wanden |
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| er is gewand | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gewand | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gewand | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gewand | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gewand worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gewand zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gewand worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gewand zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gewand | verleden tijd, deelwoord |
| gewand te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gewand te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gewand te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewand te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewand te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gewand worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gewand zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gewand zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gewand zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gewand zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gewand | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gewand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gewand | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gewand | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gewand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gewand | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gewand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gewand | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewand | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gewand | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gewand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gewand | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gewand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gewand | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gewand | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gewand | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te wannen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen wannen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| wan | gebiedende wijs |
| wande | verleden tijd |
| wanne | aanvoegende wijs |
| wannend | onvoltooid, deelwoord |
| waren gewand | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gewand | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gewand | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden gewand | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden gewand | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gewand | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gewand hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gewand hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gewand hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gewand worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gewand zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal wannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal wannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal wannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gewand | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou gewand hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gewand hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gewand hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gewand worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gewand zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou wannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou wannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou wannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gewand hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gewand hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gewand hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gewand worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gewand zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden wannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden wannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden wannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gewand hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt wannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gewand hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gewand hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gewand hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gewand worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gewand zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen wannen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen wannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen wannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen wannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gewand hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult wannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord wan
Herkomst
van Middelnederlands; op te vatten als afgeleid van wan zn met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van wannen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gewand | voltooid deelwoord | wannen |
| gewande | woordvorm | wannen |
| wande | verleden tijd | wannen |
| wannend | onvoltooid deelwoord | wannen |
| wannende | woordvorm | wannen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wannen zijn vastgelegd.