mannen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈmɑnə(n)Betekenis
- voorzien van voldoende personeel om te laten slagen
- laden of lossen door in een rij voorwerpen van hand tot hand door te geven
- manvolk; alle mannen tezamen
Hoe spreek je mannen uit?
/ˈmɑnən/
Mannen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van mannen
mannenhele werkwoord — mandeverleden tijd enkelvoud — mandenverleden tijd meervoud — gemandvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | man | mande |
| jij | mant | mande |
| hij, zij, het | mant | mande |
| wij | mannen | manden |
| jullie | mannen | manden |
| zij | mannen | manden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gemand | verleden tijd, deelwoord |
| gemand te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gemand zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gemand | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gemand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gemand | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gemand | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gemand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gemand | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gemand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gemand | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemand | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gemand | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gemand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gemand | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gemand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gemand | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| man | gebiedende wijs |
| mande | verleden tijd |
| manne | aanvoegende wijs |
| mannend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gemand | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te mannen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen mannen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gemand hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gemand hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gemand hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal mannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal mannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal mannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gemand hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gemand hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gemand hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou mannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou mannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou mannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gemand hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gemand hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gemand hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden mannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden mannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden mannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gemand hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt mannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gemand hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gemand hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gemand hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen mannen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen mannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen mannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen mannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gemand hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult mannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord man
Herkomst
ww: van Middelnederlands mannen; afgeleid van man zn met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van mannen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gemand | voltooid deelwoord | mannen |
| gemande | woordvorm | mannen |
| manne | aanvoegende wijs | mannen |
| mannend | onvoltooid deelwoord | mannen |
| mannende | woordvorm | mannen |
| mant | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | mannen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mannen zijn vastgelegd.