bemannen
werkwoord bəˈmɑnə(n)Betekenis
- van het benodigde personeel voorzien
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Hoe spreek je bemannen uit?
/bəˈmɑnən/
Bemannen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| ə | de |
| m | maan |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van bemannen
bemannenhele werkwoord — bemandeverleden tijd enkelvoud — bemandenverleden tijd meervoud — bemandvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | beman | bemande |
| jij | bemant | bemande |
| hij, zij, het | bemant | bemande |
| wij | bemannen | bemanden |
| jullie | bemannen | bemanden |
| zij | bemannen | bemanden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| beman | gebiedende wijs |
| bemand | verleden tijd, deelwoord |
| bemand te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bemand te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| bemand te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bemand te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bemand te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| bemand worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bemand zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| bemand zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bemand zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bemand zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| bemande | verleden tijd |
| bemanne | aanvoegende wijs |
| bemannend | onvoltooid, deelwoord |
| ben bemand | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent bemand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is bemand | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was bemand | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd bemand | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt bemand | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal bemand worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal bemand zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou bemand worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou bemand zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had bemand | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had bemand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had bemand | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden bemand | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden bemand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden bemand | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt bemand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb bemand | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bemand | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben bemand | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben bemand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben bemand | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt bemand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bemand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft bemand | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is bemand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is bemand | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te bemannen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben bemand | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen bemannen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart bemand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bemand | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren bemand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren bemand | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was bemand | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was bemand | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was bemand | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd bemand | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd bemand | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd bemand | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden bemand | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden bemand | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden bemand | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt bemand | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word bemand | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden bemand | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden bemand | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden bemand | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt bemand | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt bemand | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal bemand hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bemand hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal bemand hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bemand worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bemand worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal bemand zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal bemand zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal bemannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal bemannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal bemannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn bemand | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn bemand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn bemand | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt bemand | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou bemand hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bemand hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bemand hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bemand worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bemand worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou bemand worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bemand zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou bemand zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou bemand zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou bemannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou bemannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou bemannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden bemand hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bemand hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bemand hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bemand worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bemand worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bemand worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bemand zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden bemand zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden bemand zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden bemannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden bemannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden bemannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt bemand hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bemand worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bemand zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt bemannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen bemand hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bemand hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bemand hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bemand worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bemand worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bemand worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bemand zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen bemand zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen bemand zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen bemannen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen bemannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen bemannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen bemannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult bemand hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bemand worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bemand zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult bemannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van man met het voorvoegsel be-
Woordfamilie van bemannen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| beman | gebiedende wijs | bemannen |
| bemand | voltooid deelwoord | bemannen |
| bemande | verleden tijd | bemannen |
| bemanden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | bemannen |
| bemanne | aanvoegende wijs | bemannen |
| bemannend | onvoltooid deelwoord | bemannen |
| bemannende | woordvorm | bemannen |
| bemant | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | bemannen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bemannen zijn vastgelegd.