verspannen
werkwoord vərˈspɑnə(n)Betekenis
- vermoeide trekdieren verwisselen voor nieuwe
- vleugels van een vliegtuig behulp van stutten en strakgetrokken kabels een stevige vorm geven
Hoe spreek je verspannen uit?
/vərˈspɑnən/
Verspannen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| s | sok |
| p | pak |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Woordvorm
- vermoeide trekdieren verwisselen voor nieuwe
- vleugels van een vliegtuig met behulp van stutten en strakgetrokken kabels een stevige vorm geven
- voltooid deelwoord van verspannen
Vervoeging van verspannen
verspannenhele werkwoord — verspandeverleden tijd enkelvoud — verspandenverleden tijd meervoud — verspannenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verspan | verspande |
| jij | verspant | verspande |
| hij, zij, het | verspant | verspande |
| wij | verspannen | verspanden |
| jullie | verspannen | verspanden |
| zij | verspannen | verspanden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had verspannen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verspannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verspannen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verspannen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verspannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verspannen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verspannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verspannen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verspannen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verspannen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verspannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verspannen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verspannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verspannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verspannen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verspannen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verspannen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verspannen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verspan | gebiedende wijs |
| verspande | verleden tijd |
| verspanne | aanvoegende wijs |
| verspannen | verleden tijd, deelwoord |
| verspannen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verspannen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verspannend | onvoltooid, deelwoord |
| zal verspannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verspannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verspannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verspannen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verspannen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verspannen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou verspannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verspannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verspannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verspannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verspannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verspannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verspannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verspannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verspannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verspannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verspannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verspannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verspannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verspannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen verspannen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verspannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verspannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verspannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen verspannen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verspannen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verspannen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult verspannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult verspannen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
van Middelnederlands verspannen; op te vatten als afgeleid van spannen ww met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verspannen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verspan | gebiedende wijs | verspannen |
| verspande | verleden tijd | verspannen |
| verspanden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verspannen |
| verspanne | aanvoegende wijs | verspannen |
| verspannend | onvoltooid deelwoord | verspannen |
| verspannende | woordvorm | verspannen |
| verspant | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verspannen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verspannen zijn vastgelegd.