| - |
impersonal, passief
|
| ben getuigd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| bent getuigd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| er is getuigd |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
|
| er was getuigd |
impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
|
| er werd getuigd |
impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
|
| er wordt getuigd |
impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
|
| er zal getuigd worden |
impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
|
| er zal getuigd zijn |
impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
|
| er zou getuigd worden |
impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
|
| er zou getuigd zijn |
impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
|
| ev. |
gebiedende wijs
|
| getuigd |
verleden tijd, deelwoord
|
| getuigd te worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| getuigd te zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| getuigd te zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| getuigd te zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| getuigd te zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| getuigd worden |
infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| getuigd zijn |
infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| getuigd zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| getuigd zullen worden |
infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| getuigd zullen zijn |
infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| had getuigd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| had getuigd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| had getuigd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadden getuigd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| hadden getuigd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| hadden getuigd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadt getuigd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| heb getuigd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben getuigd |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| hebben getuigd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben getuigd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| hebben getuigd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| hebt getuigd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft getuigd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft getuigd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| is getuigd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| is getuigd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| te hebben getuigd |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te tuigen |
actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te zullen tuigen |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| tuig |
gebiedende wijs
|
| tuigde |
verleden tijd
|
| tuige |
aanvoegende wijs
|
| tuigend |
onvoltooid, deelwoord
|
| waart getuigd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| waren getuigd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| waren getuigd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| waren getuigd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| was getuigd |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| was getuigd |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| was getuigd |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| werd getuigd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| werd getuigd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
|
| werd getuigd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| werden getuigd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
|
| werden getuigd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
|
| werden getuigd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| werdt getuigd |
enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| word getuigd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| worden getuigd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
|
| worden getuigd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
|
| worden getuigd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| wordt getuigd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
|
| wordt getuigd |
enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zal getuigd hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal getuigd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zal getuigd hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal getuigd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal getuigd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zal getuigd zijn |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal getuigd zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal tuigen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
|
| zal tuigen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zal tuigen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
|
| zijn getuigd |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| zijn getuigd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zijn getuigd |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| zijt getuigd |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| zou getuigd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou getuigd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou getuigd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou getuigd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou getuigd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zou getuigd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou getuigd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou getuigd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou getuigd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou tuigen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
|
| zou tuigen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zou tuigen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
|
| zouden getuigd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden getuigd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden getuigd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden getuigd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden getuigd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden getuigd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden getuigd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden getuigd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden getuigd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden tuigen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden tuigen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden tuigen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zoudt getuigd hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt getuigd worden |
enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt getuigd zijn |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt tuigen |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zullen getuigd hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen getuigd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen getuigd hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen getuigd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen getuigd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen getuigd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen getuigd zijn |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen getuigd zijn |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen getuigd zijn |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen tuigen |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| zullen tuigen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen tuigen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen tuigen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zult getuigd hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult getuigd worden |
enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult getuigd zijn |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult tuigen |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|