Naar de inhoud

tuigen

eruitzien

tuigen is meer dan één woord

tuigen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. eruitzien
  2. het ergens op aanbrengen van benodigdheden of versieringen
  3. een zeilschip een bepaald tuigage geven,
  4. getuigen
  5. geschikt zijn voor arbeid in een tuig van een paard
  6. een dier inspannen in een tuig

werkwoord

  1. een zeilschip een bepaald tuigage geven transitive

Vervoeging van tuigen

tuigenhele werkwoord — tuigdeverleden tijd enkelvoud — tuigdenverleden tijd meervoud — getuigdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik tuig tuigde
jij tuigt tuigde
hij, zij, het tuigt tuigde
wij tuigen tuigden
jullie tuigen tuigden
zij tuigen tuigden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben getuigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent getuigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is getuigd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was getuigd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd getuigd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt getuigd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal getuigd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal getuigd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou getuigd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou getuigd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
getuigd verleden tijd, deelwoord
getuigd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
getuigd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
getuigd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getuigd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
getuigd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getuigd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
getuigd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
getuigd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
getuigd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
getuigd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had getuigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had getuigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had getuigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden getuigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden getuigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden getuigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt getuigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb getuigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getuigd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben getuigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getuigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben getuigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt getuigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getuigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getuigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is getuigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is getuigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben getuigd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te tuigen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen tuigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
tuig gebiedende wijs
tuigde verleden tijd
tuige aanvoegende wijs
tuigend onvoltooid, deelwoord
waart getuigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren getuigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren getuigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren getuigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was getuigd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was getuigd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was getuigd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd getuigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd getuigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd getuigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden getuigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden getuigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden getuigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt getuigd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word getuigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden getuigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden getuigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden getuigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt getuigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt getuigd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal getuigd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getuigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal getuigd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal getuigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getuigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal getuigd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getuigd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal tuigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal tuigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal tuigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn getuigd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn getuigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn getuigd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt getuigd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou getuigd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getuigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getuigd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou getuigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getuigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou getuigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getuigd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getuigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getuigd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou tuigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou tuigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou tuigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden getuigd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getuigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getuigd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden getuigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden getuigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden getuigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden getuigd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getuigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getuigd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden tuigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden tuigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden tuigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt getuigd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt getuigd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt getuigd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt tuigen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen getuigd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen getuigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen getuigd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen getuigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen getuigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen getuigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen getuigd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen getuigd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen getuigd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen tuigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen tuigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen tuigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen tuigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult getuigd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult getuigd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult getuigd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult tuigen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord tuig

Woordfamilie van tuigen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
tuigde verleden tijd tuigen
tuigden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon tuigen
tuige aanvoegende wijs tuigen
tuigend onvoltooid deelwoord tuigen
tuigende woordvorm tuigen
tuigt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon tuigen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tuigen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over tuigen

Wat is de betekenis van tuigen?
Tuigen is een werkwoord. De betekenis is: eruitzien. In totaal staan er 7 betekenissen.
Hoe vervoeg ik tuigen?
Zo vervoeg je tuigen zo: de tegenwoordige tijd is tuig, de verleden tijd is tuigde en het voltooid deelwoord is getuigd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord tuigen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. U 4
  3. I 1
  4. G 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

tuigen levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 51 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. U 2
  3. I 2
  4. G 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 11 zonder bonus
  8. 51 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

tuigen telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

tuigen in het kort

tuigen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 7 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van tuigen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort tuigen bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

tuigen: eruitzien
Deel tuigen — standaardnederlands.nl