verbannen
werkwoord vərˈbɑnə(n)Betekenis
- iemand van regeringswege dwingen een bepaald gebied te verlaten
Hoe spreek je verbannen uit?
/vərˈbɑnən/
Verbannen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| b | bak |
| ɑ | bad |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verbannen
verbannenhele werkwoord — verbandeverleden tijd enkelvoud — verbandenverleden tijd meervoud — verbannenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verban | verbande |
| jij | verbant | verbande |
| hij, zij, het | verbant | verbande |
| wij | verbannen | verbanden |
| jullie | verbannen | verbanden |
| zij | verbannen | verbanden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verbannen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verbannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verbannen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verbannen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verbannen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verbannen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verbannen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verbannen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verbannen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verbannen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verbannen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verbannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verbannen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verbannen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verbannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verbannen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verbannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verbannen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verbannen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verbannen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verbannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verbannen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verbannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verbannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verbannen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verbannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verbannen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verbannen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verbannen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verbannen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verban | gebiedende wijs |
| verbande | verleden tijd |
| verbanne | aanvoegende wijs |
| verbannen | verleden tijd, deelwoord |
| verbannen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verbannen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verbannen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verbannen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verbannen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verbannen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verbannen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verbannen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verbannen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verbannen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verbannend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verbannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verbannen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verbannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verbannen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verbannen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verbannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verbannen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verbannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verbannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verbannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verbannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verbannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verbannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verbannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verbannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verbannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verbannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verbannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verbannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verbannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verbannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verbannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verbannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verbannen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verbannen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verbannen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verbannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verbannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verbannen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verbannen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn verbannen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verbannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verbannen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verbannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verbannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verbannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verbannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verbannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verbannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verbannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verbannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verbannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verbannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verbannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verbannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verbannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verbannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verbannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verbannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verbannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verbannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verbannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verbannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verbannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verbannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verbannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verbannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verbannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verbannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verbannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verbannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verbannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen verbannen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verbannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verbannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verbannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen verbannen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verbannen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verbannen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verbannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verbannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verbannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verbannen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verbannen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verbannen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult verbannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult verbannen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verbannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verbannen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Woordvorm
- voltooid deelwoord van verbannen
Vervoeging van verbannen
verbannenhele werkwoord — verbandeverleden tijd enkelvoud — verbandenverleden tijd meervoud — verbannenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verban | verbande |
| jij | verbant | verbande |
| hij, zij, het | verbant | verbande |
| wij | verbannen | verbanden |
| jullie | verbannen | verbanden |
| zij | verbannen | verbanden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verbannen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verbannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verbannen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verbannen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verbannen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verbannen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verbannen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verbannen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verbannen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verbannen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verbannen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verbannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verbannen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verbannen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verbannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verbannen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verbannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verbannen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verbannen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verbannen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verbannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verbannen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verbannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verbannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verbannen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verbannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verbannen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verbannen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verbannen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verbannen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verban | gebiedende wijs |
| verbande | verleden tijd |
| verbanne | aanvoegende wijs |
| verbannen | verleden tijd, deelwoord |
| verbannen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verbannen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verbannen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verbannen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verbannen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verbannen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verbannen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verbannen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verbannen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verbannen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verbannend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verbannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verbannen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verbannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verbannen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verbannen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verbannen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verbannen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verbannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verbannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verbannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verbannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verbannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verbannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verbannen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verbannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verbannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verbannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verbannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verbannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verbannen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verbannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verbannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verbannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verbannen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verbannen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verbannen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verbannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verbannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verbannen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verbannen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn verbannen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verbannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verbannen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verbannen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verbannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verbannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verbannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verbannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verbannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verbannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verbannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verbannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verbannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verbannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verbannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verbannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verbannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verbannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verbannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verbannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verbannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verbannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verbannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verbannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verbannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verbannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verbannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verbannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verbannen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verbannen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verbannen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verbannen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen verbannen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verbannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verbannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verbannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen verbannen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verbannen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verbannen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verbannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verbannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verbannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verbannen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verbannen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verbannen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult verbannen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult verbannen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verbannen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verbannen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van bannen met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verbannen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verban | gebiedende wijs | verbannen |
| verbande | verleden tijd | verbannen |
| verbanne | aanvoegende wijs | verbannen |
| verbannend | onvoltooid deelwoord | verbannen |
| verbannende | woordvorm | verbannen |
| verbant | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verbannen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verbannen zijn vastgelegd.