ringen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈrɪŋə(n)Betekenis
- dieren, veelal vogels voorzien van een genummerde band om poot of hals ter identificatie en/of onderzoek naar verspreiding en trekgedrag
Hoe spreek je ringen uit?
/ˈrɪŋən/
Ringen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| r | rood |
| ɪ | pit |
| ŋ | ding |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- bij een stam of tak rondom een reep schors verwijderen transitive
Vervoeging van ringen
ringenhele werkwoord — ringdeverleden tijd enkelvoud — ringdenverleden tijd meervoud — geringdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | ring | ringde |
| jij | ringt | ringde |
| hij, zij, het | ringt | ringde |
| wij | ringen | ringden |
| jullie | ringen | ringden |
| zij | ringen | ringden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben geringd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent geringd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is geringd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geringd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geringd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geringd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geringd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geringd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geringd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geringd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geringd | verleden tijd, deelwoord |
| geringd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geringd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| geringd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geringd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geringd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geringd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geringd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| geringd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geringd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| geringd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geringd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geringd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geringd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geringd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geringd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geringd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geringd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geringd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geringd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geringd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geringd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geringd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geringd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geringd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geringd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is geringd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is geringd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| ring | gebiedende wijs |
| ringde | verleden tijd |
| ringe | aanvoegende wijs |
| ringend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben geringd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te ringen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen ringen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart geringd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geringd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren geringd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren geringd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was geringd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was geringd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was geringd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd geringd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd geringd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd geringd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden geringd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden geringd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden geringd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt geringd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word geringd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden geringd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden geringd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden geringd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt geringd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt geringd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal geringd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geringd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geringd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal geringd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geringd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal geringd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geringd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal ringen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal ringen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal ringen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn geringd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn geringd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn geringd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt geringd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou geringd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geringd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geringd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou geringd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geringd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou geringd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geringd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geringd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geringd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou ringen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou ringen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou ringen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geringd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geringd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geringd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geringd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden geringd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden geringd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden geringd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geringd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geringd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden ringen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden ringen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden ringen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geringd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geringd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt geringd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt ringen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geringd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geringd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geringd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geringd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen geringd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen geringd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen geringd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geringd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geringd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen ringen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen ringen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen ringen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen ringen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geringd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geringd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult geringd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult ringen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord ring
Herkomst
afgeleid van ring zn met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van ringen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geringd | voltooid deelwoord | ringen |
| geringde | woordvorm | ringen |
| ringde | verleden tijd | ringen |
| ringden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | ringen |
| ringe | aanvoegende wijs | ringen |
| ringend | onvoltooid deelwoord | ringen |
| ringende | woordvorm | ringen |
| ringt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | ringen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ringen zijn vastgelegd.