Naar de inhoud

plagen

iemand lastigvallen, teisteren, kwellen

plagen is meer dan één woord

plagen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. iemand lastigvallen, teisteren, kwellen
  2. iemand goedmoedig pesten

werkwoord

  1. iets of iemand lastigvallen, teisteren, kwellen transitive

Vervoeging van plagen

plagenhele werkwoord — plaagdeverleden tijd enkelvoud — plaagdenverleden tijd meervoud — geplaagdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik plaag plaagde
jij plaagt plaagde
hij, zij, het plaagt plaagde
wij plagen plaagden
jullie plagen plaagden
zij plagen plaagden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is geplaagd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geplaagd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geplaagd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geplaagd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geplaagd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geplaagd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geplaagd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geplaagd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geplaagd verleden tijd, deelwoord
geplaagd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geplaagd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geplaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geplaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geplaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geplaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geplaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geplaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geplaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geplaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geplaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geplaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geplaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geplaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geplaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geplaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geplaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
plaag gebiedende wijs
plaagde verleden tijd
plage aanvoegende wijs
plagend onvoltooid, deelwoord
te hebben geplaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te plagen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen plagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal geplaagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geplaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geplaagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal plagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal plagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal plagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou geplaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geplaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geplaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou plagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou plagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou plagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geplaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geplaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geplaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden plagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden plagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden plagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geplaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt plagen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geplaagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geplaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geplaagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen plagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen plagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen plagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen plagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geplaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult plagen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord plaag

Herkomst

In de betekenis van ‘speels kwellen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1265

Woordfamilie van plagen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geplaagd voltooid deelwoord plagen
plaagde verleden tijd plagen
plaagden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon plagen
plaagt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon plagen
plage aanvoegende wijs plagen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van plagen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over plagen

Wat betekent plagen?
Plagen is een werkwoord. Het woord betekent: iemand lastigvallen, teisteren, kwellen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je plagen?
Je vervoegt plagen als volgt: de tegenwoordige tijd is plaag, de verleden tijd is plaagde en het voltooid deelwoord is geplaagd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord plagen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. L 3
  3. A 1
  4. G 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

plagen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. L 3
  3. A 1
  4. G 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 13 zonder bonus
  8. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

plagen telt 6 letters, waarvan 6 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

plagen in het kort

plagen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van plagen zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort plagen bij een woordfamilie van 5 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

plagen: iemand lastigvallen, teisteren, kwellen
Deel plagen — standaardnederlands.nl