Naar de inhoud

drillen

schudden, trillen

drillen is meer dan één woord

drillen

werkwoord, zelfstandig naamwoord

Betekenis

  1. schudden, trillen
  2. oefeningen doen, exerceren op harde wijze, africhten
  3. boren (van het Engels)

Vervoeging van drillen

drillenhele werkwoord — drildeverleden tijd enkelvoud — drildenverleden tijd meervoud — gedrildvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik dril drilde
jij drilt drilde
hij, zij, het drilt drilde
wij drillen drilden
jullie drillen drilden
zij drillen drilden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gedrild voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gedrild voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
dril gebiedende wijs
drilde verleden tijd
drille aanvoegende wijs
drillend onvoltooid, deelwoord
er is gedrild impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gedrild impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gedrild impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gedrild impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gedrild worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gedrild zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gedrild worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gedrild zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gedrild verleden tijd, deelwoord
gedrild te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedrild te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gedrild te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedrild te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedrild te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gedrild worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedrild zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gedrild zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedrild zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gedrild zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gedrild voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gedrild voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gedrild voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gedrild voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gedrild voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gedrild voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gedrild voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gedrild voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedrild actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gedrild voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gedrild voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gedrild voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gedrild voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedrild voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gedrild voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gedrild voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gedrild voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te drillen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gedrild actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen drillen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gedrild voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedrild voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gedrild voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gedrild voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gedrild voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gedrild voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gedrild voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gedrild enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gedrild enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gedrild enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gedrild enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gedrild enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gedrild enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gedrild enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gedrild enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gedrild enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gedrild enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gedrild enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gedrild enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gedrild enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal drillen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal drillen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal drillen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gedrild hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedrild hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gedrild hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gedrild worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedrild worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gedrild zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gedrild zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn gedrild voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gedrild voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gedrild voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gedrild voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou drillen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou drillen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou drillen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gedrild hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedrild hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedrild hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gedrild worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedrild worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gedrild worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedrild zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gedrild zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gedrild zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden drillen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden drillen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden drillen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gedrild hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedrild hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedrild hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedrild worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gedrild worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gedrild worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gedrild zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gedrild zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gedrild zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt drillen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gedrild hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedrild worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gedrild zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen drillen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen drillen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen drillen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen drillen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gedrild hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedrild hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedrild hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedrild worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gedrild worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gedrild worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gedrild zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gedrild zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gedrild zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult drillen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gedrild hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedrild worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gedrild zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

zelfstandig naamwoord

  1. Mandrillus een geslacht uit de Afrikaanse regenwouden behorende tot de familie apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae)

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord dril

Herkomst

In de betekenis van ‘boren’ voor het eerst aangetroffen in 1460

Woordfamilie van drillen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
drilde verleden tijd drillen
drilden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon drillen
drille aanvoegende wijs drillen
drillend onvoltooid deelwoord drillen
drillende woordvorm drillen
drilt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon drillen
gedrild voltooid deelwoord drillen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van drillen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over drillen

Wat is de betekenis van drillen?
Drillen is een werkwoord. De betekenis is: schudden, trillen. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik drillen?
Zo vervoeg je drillen zo: de tegenwoordige tijd is dril, de verleden tijd is drilde en het voltooid deelwoord is gedrild. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord drillen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. D 2
  2. R 2
  3. I 1
  4. L 3
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

drillen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 100 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. D 2
  2. R 2
  3. I 2
  4. L 3
  5. L 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 zonder bonus
  9. 100 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

drillen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

drillen in het kort

drillen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van drillen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort drillen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

drillen: schudden, trillen
Deel drillen — standaardnederlands.nl