drillen
werkwoord, zelfstandig naamwoordBetekenis
- schudden, trillen
- oefeningen doen, exerceren op harde wijze, africhten
- boren (van het Engels)
Vervoeging van drillen
drillenhele werkwoord — drildeverleden tijd enkelvoud — drildenverleden tijd meervoud — gedrildvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | dril | drilde |
| jij | drilt | drilde |
| hij, zij, het | drilt | drilde |
| wij | drillen | drilden |
| jullie | drillen | drilden |
| zij | drillen | drilden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gedrild | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gedrild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| dril | gebiedende wijs |
| drilde | verleden tijd |
| drille | aanvoegende wijs |
| drillend | onvoltooid, deelwoord |
| er is gedrild | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gedrild | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gedrild | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gedrild | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gedrild worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gedrild zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gedrild worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gedrild zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gedrild | verleden tijd, deelwoord |
| gedrild te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedrild te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gedrild te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedrild te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedrild te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gedrild worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedrild zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gedrild zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedrild zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gedrild zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gedrild | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gedrild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gedrild | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gedrild | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gedrild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gedrild | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gedrild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gedrild | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedrild | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gedrild | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gedrild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gedrild | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gedrild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedrild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gedrild | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gedrild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gedrild | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te drillen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben gedrild | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen drillen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart gedrild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedrild | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gedrild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gedrild | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gedrild | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gedrild | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gedrild | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gedrild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gedrild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gedrild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gedrild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gedrild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gedrild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gedrild | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gedrild | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gedrild | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gedrild | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gedrild | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gedrild | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gedrild | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal drillen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal drillen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal drillen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal gedrild hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedrild hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gedrild hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gedrild worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedrild worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gedrild zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gedrild zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn gedrild | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gedrild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gedrild | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gedrild | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou drillen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou drillen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou drillen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou gedrild hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedrild hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedrild hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gedrild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedrild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gedrild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedrild zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gedrild zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gedrild zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden drillen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden drillen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden drillen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden gedrild hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedrild hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedrild hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedrild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gedrild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gedrild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gedrild zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gedrild zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gedrild zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt drillen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt gedrild hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedrild worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gedrild zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen drillen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen drillen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen drillen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen drillen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen gedrild hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedrild hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedrild hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedrild worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gedrild worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gedrild worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gedrild zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gedrild zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gedrild zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult drillen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult gedrild hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedrild worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gedrild zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
zelfstandig naamwoord
- Mandrillus een geslacht uit de Afrikaanse regenwouden behorende tot de familie apen van de Oude Wereld (Cercopithecidae)
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord dril
Herkomst
In de betekenis van ‘boren’ voor het eerst aangetroffen in 1460
Woordfamilie van drillen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| drilde | verleden tijd | drillen |
| drilden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | drillen |
| drille | aanvoegende wijs | drillen |
| drillend | onvoltooid deelwoord | drillen |
| drillende | woordvorm | drillen |
| drilt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | drillen |
| gedrild | voltooid deelwoord | drillen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van drillen zijn vastgelegd.