rescontreren
werkwoordBetekenis
- verrekenen, vereffenen
- (een argument) weerleggen
werkwoord
- weerleggen transitive
Vervoeging van rescontreren
rescontrerenhele werkwoord — rescontreerdeverleden tijd enkelvoud — rescontreerdenverleden tijd meervoud — gerescontreerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | rescontreer | rescontreerde |
| jij | rescontreert | rescontreerde |
| hij, zij, het | rescontreert | rescontreerde |
| wij | rescontreren | rescontreerden |
| jullie | rescontreren | rescontreerden |
| zij | rescontreren | rescontreerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gerescontreerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gerescontreerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gerescontreerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gerescontreerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gerescontreerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gerescontreerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gerescontreerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gerescontreerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gerescontreerd | verleden tijd, deelwoord |
| gerescontreerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gerescontreerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gerescontreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gerescontreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gerescontreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gerescontreerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gerescontreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gerescontreerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gerescontreerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gerescontreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gerescontreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gerescontreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gerescontreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gerescontreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gerescontreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gerescontreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gerescontreerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| rescontreer | gebiedende wijs |
| rescontreerde | verleden tijd |
| rescontrere | aanvoegende wijs |
| rescontrerend | onvoltooid, deelwoord |
| te hebben gerescontreerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te rescontreren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen rescontreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gerescontreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gerescontreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gerescontreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal rescontreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal rescontreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal rescontreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gerescontreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gerescontreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gerescontreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou rescontreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou rescontreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou rescontreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gerescontreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gerescontreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gerescontreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden rescontreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden rescontreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden rescontreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gerescontreerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt rescontreren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gerescontreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gerescontreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gerescontreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen rescontreren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen rescontreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen rescontreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen rescontreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gerescontreerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult rescontreren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Italiaans, in de betekenis van ‘vereffenen (termijnhandel)’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1610
Woordfamilie van rescontreren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gerescontreerd | voltooid deelwoord | rescontreren |
| gerescontreerde | woordvorm | rescontreren |
| rescontreer | gebiedende wijs | rescontreren |
| rescontreerde | verleden tijd | rescontreren |
| rescontreerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | rescontreren |
| rescontreert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | rescontreren |
| rescontrere | aanvoegende wijs | rescontreren |
| rescontrerend | onvoltooid deelwoord | rescontreren |
| rescontrerende | woordvorm | rescontreren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van rescontreren zijn vastgelegd.