Naar de inhoud

bluffen

een onjuiste positieve indruk proberen te wekken

bluffen

werkwoord ˈblʏfə(n)

Betekenis

  1. een onjuiste positieve indruk proberen te wekken
  2. opscheppen
  3. (bij uitbreiding) een voor de tegenstander misleidende tactiek toepassen, bijvoorbeeld bij kaartspelen.

Hoe spreek je bluffen uit?

/ˈblʏfən/

Bluffen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈblʏfən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
b bak
l land
ʏ put
f fiets
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. een voor de tegenstander misleidende tactiek toepassen, bijvoorbeeld bij kaartspelen. unergative

Vervoeging van bluffen

bluffenhele werkwoord — blufteverleden tijd enkelvoud — bluftenverleden tijd meervoud — gebluftvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik bluf blufte
jij bluft blufte
hij, zij, het bluft blufte
wij bluffen bluften
jullie bluffen bluften
zij bluffen bluften
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
bluf gebiedende wijs
bluffe aanvoegende wijs
bluffend onvoltooid, deelwoord
blufte verleden tijd
ev. gebiedende wijs
gebluft verleden tijd, deelwoord
gebluft te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gebluft zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gebluft voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gebluft voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gebluft voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gebluft voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gebluft voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gebluft voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gebluft voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gebluft voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebluft actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gebluft voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gebluft voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gebluft voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gebluft voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebluft voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gebluft voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te bluffen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben gebluft actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen bluffen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal bluffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal bluffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal bluffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal gebluft hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gebluft hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gebluft hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zou bluffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou bluffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou bluffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou gebluft hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gebluft hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gebluft hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden bluffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden bluffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden bluffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden gebluft hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gebluft hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gebluft hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt bluffen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt gebluft hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen bluffen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen bluffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen bluffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen bluffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen gebluft hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gebluft hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gebluft hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult bluffen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult gebluft hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Engels, in de betekenis van ‘pochen’ voor het eerst aangetroffen in 1855

Woordfamilie van bluffen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
bluffe aanvoegende wijs bluffen
bluffend onvoltooid deelwoord bluffen
bluffende woordvorm bluffen
bluft aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon bluffen
blufte verleden tijd bluffen
bluften aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon bluffen
gebluft voltooid deelwoord bluffen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van bluffen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over bluffen

Hoe spreek je bluffen uit?
De uitspraak van bluffen is: /ˈblʏfə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent bluffen?
Bluffen is een werkwoord. Het woord betekent: een onjuiste positieve indruk proberen te wekken. Deze pagina beschrijft 4 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je bluffen?
Je vervoegt bluffen als volgt: de tegenwoordige tijd is bluf, de verleden tijd is blufte en het voltooid deelwoord is gebluft. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op bluffen?

In dit woordenboek rijmen 2 woorden op -uffen op bluffen, zoals puffen en fluffen. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op bluffen, uitspraak ˈblʏfən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
puffen 2
fluffen 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord bluffen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. B 3
  2. L 3
  3. U 4
  4. F 4
  5. F 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

bluffen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 121 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. B 4
  2. L 3
  3. U 2
  4. F 4
  5. F 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 19 zonder bonus
  9. 121 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (B) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

bluffen telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

bluffen in het kort

bluffen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 4 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van bluffen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort bluffen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

bluffen: een onjuiste positieve indruk proberen te wekken
Deel bluffen — standaardnederlands.nl