Naar de inhoud

overreden

overhalen, overtuigen

overreden

werkwoord ˌovəˈredə(n)

Betekenis

  1. overhalen, overtuigen

Hoe spreek je overreden uit?

/ˌovəˈredən/

Overreden bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de derde.

De tekens in /ˌovəˈredən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
o boot
v vis
ə de
r rood
e veel
d dak
n nek
ˌ een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van overreden

overredenhele werkwoord — overreeddeverleden tijd enkelvoud — overreeddenverleden tijd meervoud — overreedvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik overreed overreedde
jij overreedt overreedde
hij, zij, het overreedt overreedde
wij overreden overreedden
jullie overreden overreedden
zij overreden overreedden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben overreed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent overreed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is overreed impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was overreed impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd overreed impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt overreed impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal overreed worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal overreed zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou overreed worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou overreed zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had overreed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had overreed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had overreed voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden overreed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden overreed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden overreed voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt overreed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb overreed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overreed actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben overreed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overreed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben overreed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt overreed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overreed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overreed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is overreed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is overreed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
overrede aanvoegende wijs
overredend onvoltooid, deelwoord
overreed gebiedende wijs
overreed verleden tijd, deelwoord
overreed te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overreed te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overreed te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overreed te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
overreed te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overreed worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overreed zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overreed zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overreed zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
overreed zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overreedde verleden tijd
te hebben overreed actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te overreden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen overreden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart overreed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overreed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren overreed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overreed voltooid, verleden tijd, derde persoon
was overreed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was overreed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was overreed voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd overreed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd overreed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd overreed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden overreed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden overreed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden overreed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt overreed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word overreed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden overreed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden overreed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden overreed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt overreed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt overreed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal overreden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal overreden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal overreden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal overreed hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overreed hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal overreed hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overreed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overreed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal overreed zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overreed zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn overreed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn overreed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn overreed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt overreed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou overreden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou overreden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou overreden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou overreed hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overreed hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overreed hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overreed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overreed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou overreed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overreed zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overreed zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overreed zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overreden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overreden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overreden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden overreed hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overreed hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overreed hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overreed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overreed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overreed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overreed zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overreed zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overreed zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt overreden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt overreed hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overreed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overreed zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen overreden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen overreden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overreden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overreden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen overreed hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overreed hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overreed hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overreed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overreed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overreed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overreed zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overreed zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overreed zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult overreden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult overreed hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overreed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overreed zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van overrijden
  • voltooid deelwoord van overrijden

Vervoeging van overreden

overredenhele werkwoord — overreeddeverleden tijd enkelvoud — overreeddenverleden tijd meervoud — overreedvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik overreed overreedde
jij overreedt overreedde
hij, zij, het overreedt overreedde
wij overreden overreedden
jullie overreden overreedden
zij overreden overreedden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben overreed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent overreed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is overreed impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was overreed impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd overreed impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt overreed impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal overreed worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal overreed zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou overreed worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou overreed zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had overreed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had overreed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had overreed voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden overreed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden overreed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden overreed voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt overreed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb overreed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overreed actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben overreed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overreed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben overreed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt overreed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overreed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overreed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is overreed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is overreed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
overrede aanvoegende wijs
overredend onvoltooid, deelwoord
overreed gebiedende wijs
overreed verleden tijd, deelwoord
overreed te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overreed te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overreed te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overreed te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
overreed te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overreed worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overreed zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overreed zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overreed zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
overreed zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overreedde verleden tijd
te hebben overreed actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te overreden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen overreden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart overreed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overreed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren overreed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overreed voltooid, verleden tijd, derde persoon
was overreed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was overreed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was overreed voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd overreed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd overreed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd overreed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden overreed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden overreed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden overreed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt overreed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word overreed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden overreed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden overreed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden overreed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt overreed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt overreed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal overreden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal overreden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal overreden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal overreed hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overreed hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal overreed hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overreed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overreed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal overreed zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overreed zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn overreed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn overreed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn overreed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt overreed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou overreden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou overreden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou overreden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou overreed hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overreed hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overreed hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overreed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overreed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou overreed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overreed zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overreed zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overreed zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overreden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overreden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overreden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden overreed hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overreed hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overreed hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overreed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overreed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overreed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overreed zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overreed zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overreed zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt overreden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt overreed hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overreed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overreed zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen overreden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen overreden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overreden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overreden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen overreed hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overreed hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overreed hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overreed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overreed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overreed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overreed zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overreed zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overreed zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult overreden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult overreed hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overreed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overreed zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van overrijden

Vervoeging van overreden

overredenhele werkwoord — overreeddeverleden tijd enkelvoud — overreeddenverleden tijd meervoud — overreedvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik overreed overreedde
jij overreedt overreedde
hij, zij, het overreedt overreedde
wij overreden overreedden
jullie overreden overreedden
zij overreden overreedden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben overreed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent overreed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is overreed impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was overreed impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd overreed impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt overreed impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal overreed worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal overreed zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou overreed worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou overreed zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had overreed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had overreed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had overreed voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden overreed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden overreed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden overreed voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt overreed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb overreed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overreed actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben overreed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben overreed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben overreed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt overreed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overreed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft overreed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is overreed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is overreed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
overrede aanvoegende wijs
overredend onvoltooid, deelwoord
overreed gebiedende wijs
overreed verleden tijd, deelwoord
overreed te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overreed te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
overreed te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overreed te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
overreed te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
overreed worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overreed zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
overreed zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overreed zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
overreed zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
overreedde verleden tijd
te hebben overreed actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te overreden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen overreden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart overreed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overreed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren overreed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren overreed voltooid, verleden tijd, derde persoon
was overreed voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was overreed voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was overreed voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd overreed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd overreed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd overreed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden overreed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden overreed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden overreed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt overreed enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word overreed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden overreed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden overreed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden overreed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt overreed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt overreed enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal overreden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal overreden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal overreden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal overreed hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overreed hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal overreed hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal overreed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overreed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal overreed zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal overreed zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn overreed voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn overreed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn overreed voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt overreed voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou overreden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou overreden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou overreden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou overreed hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overreed hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overreed hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou overreed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overreed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou overreed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overreed zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou overreed zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou overreed zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overreden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overreden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overreden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden overreed hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overreed hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overreed hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overreed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden overreed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden overreed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden overreed zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden overreed zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden overreed zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt overreden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt overreed hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overreed worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt overreed zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen overreden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen overreden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overreden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overreden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen overreed hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overreed hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overreed hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overreed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen overreed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen overreed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen overreed zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen overreed zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen overreed zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult overreden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult overreed hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overreed worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult overreed zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘overtuigen’ voor het eerst aangetroffen in 1573

Woordfamilie van overreden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
overrede aanvoegende wijs overreden
overreedde verleden tijd overreden
overreedden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon overreden
overreedt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon overreden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overreden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over overreden

Hoe spreek je overreden uit?
De uitspraak van overreden is: /ˌovəˈredə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent overreden?
Overreden is een werkwoord. Het woord betekent: overhalen, overtuigen.
Hoe vervoeg je overreden?
Je vervoegt overreden als volgt: de tegenwoordige tijd is overreed, de verleden tijd is overreedde en het voltooid deelwoord is overreed. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op overreden?

Er staan 61 woorden in dit woordenboek die op overreden rijmen, waaronder leden, zweden en beneden. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op overreden, uitspraak ˌovəˈredən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
leden 2
zweden 2
beneden 3
geleden 3
ontevreden 4
aanbesteden 4
bekleden 3
reden 2
kleden 2
treden 2
overleden 4
tevreden 3
heden 2
besteden 3
schrijfbenodigdheden 6
betreden 3
benodigdheden 5
weersomstandigheden 6
hierbeneden 4
zielstevreden 4
aanbeden 3
aandachtigheden 5
aangereden 4
aangeschreden 4
aangesneden 4
aangetreden 4
aanhaligheden 5
aanhankelijkheden 6
aanlokkelijkheden 6
aannemelijkheden 6
aansprakelijkheden 6
aantrekkelijkheden 6
achttiengebeden 5
blokgereden 4
controlemogelijkheden 8
deden 2
eden 2
familieomstandigheden 7
fractieleden 4
gereden 3
Nog 21 rijmwoorden
helderheden 4
inspraakmogelijkheden 7
intevreden 4
keizersneden 4
mediapersoonlijkheden 8
middaggebeden 5
namiddaggebeden 6
onaangenaamheden 6
onontkoombaarheden 6
privéoptreden 4
redactieleden 5
reddingswerkzaamheden 7
schoonheden 3
sluitingsplechtigheden 6
sneden 2
steden 2
uitzinnigheden 5
voortreffelijkheden 6
weden 2
woonomstandigheden 6
zwartgereden 4

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord overreden is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. R 2
  6. E 1
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

overreden levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. O 1
  2. V 4
  3. E 1
  4. R 2
  5. R 2
  6. E 1
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 zonder bonus
  11. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

overreden in het kort

overreden staat in dit woordenboek als werkwoord. Van overreden zijn 74 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort overreden bij een woordfamilie van 4 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

overreden: overhalen, overtuigen
Deel overreden — standaardnederlands.nl