maarschalk
zelfstandig naamwoordBetekenis
- hoogste officier van het leger
zelfstandig naamwoord — masculine
- de allerhoogste officier van het leger
- paardenknecht obsolete
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| maarschalken | meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘stalknecht, opperstalmeester’ voor het eerst aangetroffen in 1086
Woordfamilie van maarschalk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| maarschalken | meervoud | maarschalk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van maarschalk zijn vastgelegd.