last
zelfstandig naamwoord, werkwoord lɑstBetekenis
- iets wat een mens hindert
- lading, vracht
- laatst
- vorig
- duren, voortbestaan
Hoe spreek je last uit?
/lɑst/
Last bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| t | tak |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| lasten | meervoud |
| lastje | verkleinwoord, enkelvoud |
| lastjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lassen
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van lassen
- gebiedende wijs meervoud van lassen
- enkelvoud tegenwoordige tijd van lasten
- gebiedende wijs van lasten
Vervoeging van last
lasthele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘vracht’ voor het eerst aangetroffen in 1122
Woordfamilie van last
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lastje | verkleinwoord | last |
| lastjes | verkleinwoord meervoud | last |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van last zijn vastgelegd.