boekenkast
zelfstandig naamwoord ˈbukə(n)ˌkɑstBetekenis
- een kast voor de opslag en het laten zien van boeken
Hoe spreek je boekenkast uit?
/ˈbukənˌkɑst/
Boekenkast bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| b | bak |
| u | boek |
| k | kat |
| ə | de |
| n | nek |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| boekenkasten | meervoud |
| boekenkastje | verkleinwoord, enkelvoud |
| boekenkastjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van boek en kast met het invoegsel -en-
Woordfamilie van boekenkast
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| boekenkasten | meervoud | boekenkast |
| boekenkastje | verkleinwoord | boekenkast |
| boekenkastjes | verkleinwoord meervoud | boekenkast |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van boekenkast zijn vastgelegd.