onvast
bijvoeglijk naamwoord ɔnˈvɑstBetekenis
- van de slaap: dat je makkelijk wakker kunt worden
- van bewegingen van het lichaam dat ze niet helemaal beheerst worden: een onvaste hand, een onvaste tred, onvast op de benen staan, een onvaste (zang)stem
- van een bouwwerk dat het niet stevig is
- van het weer dat het niet zeker is dat het droog blijft
- gevoel van onzekerheid gevend
Hoe spreek je onvast uit?
/ɔnˈvɑst/
Onvast bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| ɔ | bot |
| n | nek |
| v | vis |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (bijvoeglijk naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| (onvastst) * | onverbogen, overtreffende trap |
| (onvastste) * | verbogen, overtreffende trap |
| onvaste | verbogen, stellende trap |
| onvaster | onverbogen, vergrotende trap |
| onvastere | verbogen, vergrotende trap |
| onvasters | partitief, vergrotende trap |
| onvasts | partitief, stellende trap |
Herkomst
afleiding van vast met het voorvoegsel on-
Woordfamilie van onvast
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| onvaste | verbogen vorm | onvast |
| onvaster | vergrotende trap | onvast |
| onvastere | verbogen vergrotende trap | onvast |
| onvasters | partitieve vergrotende trap | onvast |
| onvasts | partitive, positive | onvast |
| onvastst | woordvorm | onvast |
| onvastste | woordvorm | onvast |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van onvast zijn vastgelegd.