overlast
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈovərˌlɑstBetekenis
- hinder op een onacceptabel niveau
Hoe spreek je overlast uit?
/ˈovərˌlɑst/
Overlast bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| l | land |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van overlasten
- gebiedende wijs van overlasten
- voltooid deelwoord van overlasten
Vervoeging van overlast
overlasthele werkwoord
Herkomst
geen meervoud, *vervoeging van overlasten: de stam zonder -t omdat de stam al op -t eindigt en zonder ge- vanwege voorvoegsel