ladekast
zelfstandig naamwoord ˈladəˌkɑstBetekenis
- een kast met laden
Hoe spreek je ladekast uit?
/ˈladəˌkɑst/
Ladekast bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| a | maan |
| d | dak |
| ə | de |
| k | kat |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| t | tak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- bergmeubel met een of meer platte bakken die je eruit kan schuiven door ze naar je toe te trekken
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ladekasten | meervoud |
| ladekastje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ladekastjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van lade zn en kast zn
Woordfamilie van ladekast
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ladekasten | meervoud | ladekast |
| ladekastje | verkleinwoord | ladekast |
| ladekastjes | verkleinwoord meervoud | ladekast |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ladekast zijn vastgelegd.