contrast
zelfstandig naamwoord kɔn'trɑstBetekenis
- opvallende tegenstelling
- verschil tussen maximaal wit en maximaal zwart in een beeld (foto, televisiebeeld etc.)
Hoe spreek je contrast uit?
/kɔnˈtrɑst/
Contrast bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɔ | bot |
| n | nek |
| t | tak |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| contrasten | meervoud |
| contrastje | verkleinwoord, enkelvoud |
| contrastjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘tegenstelling’ voor het eerst aangetroffen in 1785
Woordfamilie van contrast
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| contrasten | meervoud | contrast |
| contrastje | verkleinwoord | contrast |
| contrastjes | verkleinwoord meervoud | contrast |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van contrast zijn vastgelegd.