meterkast
zelfstandig naamwoord ˈmetərˌkɑstBetekenis
- Kast meestal naast de voordeur van een huis met de gas- water- en elektriciteitsmeter.
Hoe spreek je meterkast uit?
/ˈmetərˌkɑst/
Meterkast bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| e | veel |
| t | tak |
| ə | de |
| r | rood |
| k | kat |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- kast meestal naast de voordeur van een huis met de gas- water- en elektriciteitsmeter
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| meterkasten | meervoud |
| meterkastje | verkleinwoord, enkelvoud |
| meterkastjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van meter en kast
Woordfamilie van meterkast
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| meterkasten | meervoud | meterkast |
| meterkastje | verkleinwoord | meterkast |
| meterkastjes | verkleinwoord meervoud | meterkast |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van meterkast zijn vastgelegd.