lasten
werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈlɑstə(n)/Betekenis
- met een vracht of opdracht bezwaren
- soort bontwerk
Hoe spreek je lasten uit?
/ˈlɑstən/
Lasten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Woordvorm
- meervoud verleden tijd van lassen
Vervoeging van lasten
lastenhele werkwoord — lastteverleden tijd enkelvoud — lasttenverleden tijd meervoud — gelastvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | last | lastte |
| jij | last | lastte |
| hij, zij, het | last | lastte |
| wij | lasten | lastten |
| jullie | lasten | lastten |
| zij | lasten | lastten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gelast | verleden tijd, deelwoord |
| gelast te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelast zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gelast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gelast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gelast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gelast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gelast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gelast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gelast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gelast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelast | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gelast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gelast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gelast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| last | gebiedende wijs |
| laste | aanvoegende wijs |
| lastend | onvoltooid, deelwoord |
| lastte | verleden tijd |
| te hebben gelast | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te lasten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen lasten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gelast hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gelast hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal lasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal lasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal lasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gelast hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelast hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou lasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou lasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou lasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gelast hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelast hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden lasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden lasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden lasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gelast hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt lasten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gelast hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelast hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen lasten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen lasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen lasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen lasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gelast hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult lasten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord last
Herkomst
[werkwoord 1] las met de uitgang -ten
Woordfamilie van lasten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| lastend | onvoltooid deelwoord | lasten |
| lastende | woordvorm | lasten |
| lastte | verleden tijd | lasten |
| lastten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | lasten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lasten zijn vastgelegd.