tast
zelfstandig naamwoord, werkwoord /ˈtɑst/Betekenis
- het zintuig van de aanraking, met name van de handen
Hoe spreek je tast uit?
/ˈtɑst/
Tast bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ɑ | bad |
| s | sok |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van tasten
- gebiedende wijs van tasten
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tassen
- derde persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van tassen
- gebiedende wijs meervoud van tassen
Vervoeging van tast
tasthele werkwoord