tjappen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈcɑpə(n)Betekenis
- van een stempel, zegel of ander merkteken voorzien
- bewerken met een hak, zodat de grond wordt losgemaakt of gras en vuil worden verwijderd
Hoe spreek je tjappen uit?
/ˈcɑpən/
Tjappen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| c | tientje |
| ɑ | bad |
| p | pak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van tjappen
tjappenhele werkwoord — tjapteverleden tijd enkelvoud — tjaptenverleden tijd meervoud — getjaptvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | tjap | tjapte |
| jij | tjapt | tjapte |
| hij, zij, het | tjapt | tjapte |
| wij | tjappen | tjapten |
| jullie | tjappen | tjapten |
| zij | tjappen | tjapten |
Alle 88 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| er is getjapt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was getjapt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd getjapt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt getjapt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal getjapt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal getjapt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou getjapt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou getjapt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| getjapt | verleden tijd, deelwoord |
| getjapt te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| getjapt te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| getjapt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getjapt te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getjapt te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getjapt worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| getjapt zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| getjapt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| getjapt zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| getjapt zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had getjapt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had getjapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had getjapt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden getjapt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden getjapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden getjapt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt getjapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb getjapt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getjapt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben getjapt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getjapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben getjapt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt getjapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getjapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getjapt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is getjapt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben getjapt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te tjappen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen tjappen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| tjap | gebiedende wijs |
| tjappe | aanvoegende wijs |
| tjappend | onvoltooid, deelwoord |
| tjapte | verleden tijd |
| waren getjapt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was getjapt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd getjapt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werden getjapt | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| worden getjapt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt getjapt | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| zal getjapt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getjapt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal getjapt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal getjapt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal getjapt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal tjappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal tjappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal tjappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn getjapt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zou getjapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getjapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getjapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou getjapt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou getjapt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou tjappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou tjappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou tjappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden getjapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getjapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getjapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden getjapt worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden getjapt zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden tjappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden tjappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden tjappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt getjapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt tjappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen getjapt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getjapt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getjapt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen getjapt worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen getjapt zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen tjappen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen tjappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen tjappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen tjappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult getjapt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult tjappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord tjap
Herkomst
ww: tjap zn met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van tjappen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| getjapt | voltooid deelwoord | tjappen |
| getjapte | woordvorm | tjappen |
| tjappe | aanvoegende wijs | tjappen |
| tjappend | onvoltooid deelwoord | tjappen |
| tjappende | woordvorm | tjappen |
| tjapt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | tjappen |
| tjapte | verleden tijd | tjappen |
| tjapten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | tjappen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tjappen zijn vastgelegd.