lappen
werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈlɑ.pən/Betekenis
- een of meer lappen in of op iets zetten
- knoeierig naaien
- klaarspelen
Hoe spreek je lappen uit?
/ˈlɑpən/
Lappen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| l | land |
| ɑ | bad |
| p | pak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- : een of meer lappen in of op iets zetten (m.n. van kleding) transitive
- iemand iets vervelends aandoen pejorative, transitive
- met een zeem schoonmaken transitive
Vervoeging van lappen
lappenhele werkwoord — lapteverleden tijd enkelvoud — laptenverleden tijd meervoud — gelaptvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | lap | lapte |
| jij | lapt | lapte |
| hij, zij, het | lapt | lapte |
| wij | lappen | lapten |
| jullie | lappen | lapten |
| zij | lappen | lapten |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is gelapt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gelapt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gelapt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gelapt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gelapt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gelapt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gelapt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gelapt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gelapt | verleden tijd, deelwoord |
| gelapt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gelapt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gelapt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gelapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gelapt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gelapt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gelapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gelapt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gelapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gelapt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelapt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gelapt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gelapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gelapt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gelapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gelapt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| lap | gebiedende wijs |
| lappe | aanvoegende wijs |
| lappend | onvoltooid, deelwoord |
| lapte | verleden tijd |
| te hebben gelapt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te lappen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen lappen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gelapt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gelapt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gelapt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal lappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal lappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal lappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou gelapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gelapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gelapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou lappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou lappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou lappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gelapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gelapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gelapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden lappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden lappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden lappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gelapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt lappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gelapt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gelapt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gelapt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen lappen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen lappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen lappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen lappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gelapt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult lappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord lap
Herkomst
ww: afgeleid van lap zn met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van lappen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gelapt | voltooid deelwoord | lappen |
| gelapte | woordvorm | lappen |
| lappe | aanvoegende wijs | lappen |
| lappend | onvoltooid deelwoord | lappen |
| lappende | woordvorm | lappen |
| lapt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | lappen |
| lapte | verleden tijd | lappen |
| lapten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | lappen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van lappen zijn vastgelegd.