Naar de inhoud

pappen

pap eten, koken

pappen is meer dan één woord

pappen

werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈpɑpə(n)/

Betekenis

  1. pap eten, koken
  2. tot pap, een brijachtige massa worden
  3. iets met een pap, stijfsel (e.d.) bestrijken

Hoe spreek je pappen uit?

/ˈpɑpən/

Pappen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈpɑpən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
p pak
ɑ bad
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van pappen

pappenhele werkwoord — papteverleden tijd enkelvoud — paptenverleden tijd meervoud — gepaptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik pap papte
jij papt papte
hij, zij, het papt papte
wij pappen papten
jullie pappen papten
zij pappen papten
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gepapt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gepapt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gepapt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gepapt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gepapt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gepapt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gepapt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gepapt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gepapt verleden tijd, deelwoord
gepapt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gepapt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gepapt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gepapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gepapt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gepapt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gepapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gepapt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gepapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gepapt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepapt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gepapt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gepapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gepapt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gepapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gepapt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
pap gebiedende wijs
pappe aanvoegende wijs
pappend onvoltooid, deelwoord
papte verleden tijd
te hebben gepapt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te pappen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen pappen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gepapt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gepapt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gepapt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal pappen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal pappen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal pappen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gepapt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gepapt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gepapt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou pappen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou pappen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou pappen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gepapt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gepapt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gepapt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden pappen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden pappen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden pappen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gepapt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt pappen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gepapt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gepapt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gepapt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen pappen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen pappen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen pappen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen pappen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gepapt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult pappen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord pap

Herkomst

Afgleid van pap met het achtervoegsel -en.

Woordfamilie van pappen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gepapt voltooid deelwoord pappen
gepapte woordvorm pappen
pappe aanvoegende wijs pappen
pappend onvoltooid deelwoord pappen
pappende woordvorm pappen
papt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon pappen
papte verleden tijd pappen
papten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon pappen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van pappen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over pappen

Hoe spreek je pappen uit?
De uitspraak van pappen is: /ˈpɑpə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent pappen?
Pappen is een werkwoord. Het woord betekent: pap eten, koken. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je pappen?
Je vervoegt pappen als volgt: de tegenwoordige tijd is pap, de verleden tijd is papte en het voltooid deelwoord is gepapt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op pappen?

Pappen rijmt op 29 woorden op -appen; trappen, stappen en schrappen bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op pappen, uitspraak ˈpɑpən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
trappen 2
stappen 2
schrappen 2
snappen 2
kappen 2
klappen 2
ginnegappen 4
lappen 2
overlappen 4
vertrappen 3
tjappen 2
vertappen 3
aalbessensappen 5
aartsbroederschappen 5
afschermkappen 5
berkensappen 4
beschermkappen 5
bijbelwetenschappen 6
frappen 2
geowetenschappen 6
ingenieurswetenschappen 7
kamerlidmaatschappen 6
lammetjespappen 5
maïspappen 4
maïzenapappen 5
sappen 2
wandbeenkwabben 4
wandbeenskwabben 4
zeileigenschappen 5

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord pappen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. P 3
  2. A 1
  3. P 3
  4. P 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

pappen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. P 4
  2. A 1
  3. P 4
  4. P 4
  5. E 1
  6. N 1
  7. 15 zonder bonus
  8. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

pappen telt 6 letters, waarvan 4 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 13.213 woorden van 6 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

pappen in het kort

pappen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van pappen zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort pappen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

pappen: pap eten, koken
Deel pappen — standaardnederlands.nl