schrappen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈsxrɑpə(n)Betekenis
- met een scherp voorwerp zoals een mes de oppervlaktelaag verwijderen
- doorhalen, verwijderen van een lijst
- bezuinigen, een einde maken aan een programma of uitgavenpost
- (met betrekking tot banen) ontslaan
Hoe spreek je schrappen uit?
/ˈsxrɑpən/
Schrappen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| r | rood |
| ɑ | bad |
| p | pak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- ontslaan
Vervoeging van schrappen
schrappenhele werkwoord — schrapteverleden tijd enkelvoud — schraptenverleden tijd meervoud — geschraptvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | schrap | schrapte |
| jij | schrapt | schrapte |
| hij, zij, het | schrapt | schrapte |
| wij | schrappen | schrapten |
| jullie | schrappen | schrapten |
| zij | schrappen | schrapten |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is geschrapt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geschrapt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geschrapt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geschrapt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geschrapt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geschrapt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geschrapt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geschrapt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geschrapt | verleden tijd, deelwoord |
| geschrapt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geschrapt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geschrapt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geschrapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geschrapt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geschrapt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geschrapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geschrapt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geschrapt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geschrapt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geschrapt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geschrapt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geschrapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geschrapt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geschrapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geschrapt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geschrapt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| schrap | gebiedende wijs |
| schrappe | aanvoegende wijs |
| schrappend | onvoltooid, deelwoord |
| schrapte | verleden tijd |
| te hebben geschrapt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te schrappen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen schrappen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geschrapt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geschrapt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geschrapt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal schrappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal schrappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal schrappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geschrapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geschrapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geschrapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou schrappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou schrappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou schrappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geschrapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geschrapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geschrapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden schrappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden schrappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden schrappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geschrapt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt schrappen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geschrapt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geschrapt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geschrapt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen schrappen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen schrappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen schrappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen schrappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geschrapt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult schrappen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord schrap
Herkomst
In de betekenis van ‘(weg)strepen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1406
Woordfamilie van schrappen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geschrapt | voltooid deelwoord | schrappen |
| geschrapte | woordvorm | schrappen |
| schrappe | aanvoegende wijs | schrappen |
| schrappend | onvoltooid deelwoord | schrappen |
| schrappende | woordvorm | schrappen |
| schrapt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | schrappen |
| schrapte | verleden tijd | schrappen |
| schrapten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | schrappen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schrappen zijn vastgelegd.