Naar de inhoud

snappen

iets vatten in de zin van begrijpen, doorhebben

snappen

werkwoord /'snɑpə(n)/

Betekenis

  1. iets vatten in de zin van begrijpen, doorhebben
  2. iemand vatten in de zin van betrappen
  3. babbelen, kletsen

Hoe spreek je snappen uit?

/ˈsnɑpən/

Snappen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈsnɑpən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
s sok
n nek
ɑ bad
p pak
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. vatten in de zin van begrijpen, doorhebben transitive
  2. iemand vatten terwijl die met iets ongeoorloofds bezig is, betrappen transitive

Vervoeging van snappen

snappenhele werkwoord — snapteverleden tijd enkelvoud — snaptenverleden tijd meervoud — gesnaptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik snap snapte
jij snapt snapte
hij, zij, het snapt snapte
wij snappen snapten
jullie snappen snapten
zij snappen snapten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben gesnapt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent gesnapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is gesnapt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gesnapt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gesnapt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gesnapt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gesnapt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gesnapt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gesnapt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gesnapt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gesnapt verleden tijd, deelwoord
gesnapt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesnapt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
gesnapt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesnapt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesnapt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gesnapt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesnapt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
gesnapt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesnapt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
gesnapt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gesnapt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gesnapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gesnapt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gesnapt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gesnapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gesnapt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gesnapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gesnapt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesnapt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gesnapt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gesnapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gesnapt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gesnapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesnapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gesnapt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is gesnapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is gesnapt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
snap gebiedende wijs
snappe aanvoegende wijs
snappend onvoltooid, deelwoord
snapte verleden tijd
te hebben gesnapt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te snappen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen snappen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart gesnapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesnapt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren gesnapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren gesnapt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was gesnapt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was gesnapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was gesnapt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd gesnapt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd gesnapt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd gesnapt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden gesnapt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden gesnapt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden gesnapt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt gesnapt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word gesnapt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden gesnapt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden gesnapt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden gesnapt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt gesnapt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt gesnapt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal gesnapt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesnapt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gesnapt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal gesnapt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesnapt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal gesnapt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gesnapt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal snappen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal snappen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal snappen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn gesnapt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn gesnapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn gesnapt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt gesnapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou gesnapt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesnapt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesnapt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou gesnapt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesnapt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou gesnapt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesnapt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gesnapt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gesnapt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou snappen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou snappen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou snappen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gesnapt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesnapt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesnapt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesnapt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden gesnapt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden gesnapt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden gesnapt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gesnapt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gesnapt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden snappen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden snappen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden snappen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gesnapt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gesnapt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt gesnapt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt snappen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gesnapt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesnapt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesnapt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesnapt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen gesnapt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen gesnapt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen gesnapt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gesnapt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gesnapt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen snappen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen snappen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen snappen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen snappen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gesnapt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gesnapt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult gesnapt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult snappen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘babbelen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1437

Woordfamilie van snappen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gesnapt voltooid deelwoord snappen
gesnapte woordvorm snappen
snap gebiedende wijs snappen
snappe aanvoegende wijs snappen
snappend onvoltooid deelwoord snappen
snappende woordvorm snappen
snapt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon snappen
snapte verleden tijd snappen
snapten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon snappen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van snappen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over snappen

Hoe spreek ik snappen uit?
Zo spreek je snappen uit: /'snɑpə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van snappen?
Snappen is een werkwoord. De betekenis is: iets vatten in de zin van begrijpen, doorhebben. In totaal staan er 5 betekenissen.
Hoe vervoeg ik snappen?
Zo vervoeg je snappen zo: de tegenwoordige tijd is snap, de verleden tijd is snapte en het voltooid deelwoord is gesnapt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op snappen?

Snappen rijmt op 29 woorden op -appen; trappen, stappen en schrappen bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op snappen, uitspraak ˈsnɑpən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
trappen 2
stappen 2
schrappen 2
kappen 2
klappen 2
pappen 2
ginnegappen 4
lappen 2
overlappen 4
vertrappen 3
tjappen 2
vertappen 3
aalbessensappen 5
aartsbroederschappen 5
afschermkappen 5
berkensappen 4
beschermkappen 5
bijbelwetenschappen 6
frappen 2
geowetenschappen 6
ingenieurswetenschappen 7
kamerlidmaatschappen 6
lammetjespappen 5
maïspappen 4
maïzenapappen 5
sappen 2
wandbeenkwabben 4
wandbeenskwabben 4
zeileigenschappen 5

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord snappen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. S 2
  2. N 1
  3. A 1
  4. P 3
  5. P 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

snappen levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 106 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. S 2
  2. N 1
  3. A 1
  4. P 4
  5. P 4
  6. E 1
  7. N 1
  8. 14 zonder bonus
  9. 106 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

snappen telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

snappen in het kort

snappen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 5 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van snappen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort snappen bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

snappen: iets vatten in de zin van begrijpen, doorhebben
Deel snappen — standaardnederlands.nl