gezichtspunt
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de manier waarop iets wordt bekeken, oogpunt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| gezichtspunten | meervoud |
| gezichtspuntje | verkleinwoord, enkelvoud |
| gezichtspuntjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘oogpunt’ voor het eerst aangetroffen in 1784
Woordfamilie van gezichtspunt
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gezichtspunten | meervoud | gezichtspunt |
| gezichtspuntje | verkleinwoord | gezichtspunt |
| gezichtspuntjes | verkleinwoord meervoud | gezichtspunt |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van gezichtspunt zijn vastgelegd.