kapelanij
zelfstandig naamwoord ˌkɑpəlaˈnɛiBetekenis
- instelling met een eigen vermogen dat gebruikt wordt om een kapel in stand te houden en daarin missen op te dragen, ook gebruikt als aanduiding voor de betreffende kapel
- ambtswoning of ambtsgebied van een hulppastoor
Hoe spreek je kapelanij uit?
/ˌkɑpəlaˈnɛi/
Kapelanij bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de vierde.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| k | kat |
| ɑ | bad |
| p | pak |
| ə | de |
| l | land |
| a | maan |
| n | nek |
| ɛi | trein |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kapelanijen | meervoud |
Herkomst
afgeleid van kapelaan zn met het achtervoegsel -ij
Woordfamilie van kapelanij
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kapelanijen | meervoud | kapelanij |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kapelanij zijn vastgelegd.