jaargetij
zelfstandig naamwoord ˈjarɣəˌtɛiBetekenis
- een jaarlijks terugkerende periode van 3 maanden die vooral op de hogere breedten van de aarde samen gaan met duidelijke verschillende klimatologische periodes
- jaarmis
Hoe spreek je jaargetij uit?
/ˈjarxəˌtɛi/
Jaargetij bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| j | ja |
| a | maan |
| r | rood |
| x | acht |
| ə | de |
| t | tak |
| ɛi | trein |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| jaargetijen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van jaar en getij
Woordfamilie van jaargetij
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| jaargetijen | meervoud | jaargetij |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van jaargetij zijn vastgelegd.