hot
zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, werkwoord /ɦɔt/Betekenis
- draagkorf
- heel erg in, trendy
- heet
- heetgespijsd
- heethoofdig
- heet van de naald
- (figuurlijk) in verdrukking
- (figuurlijk) in verdrukking zijn
- (figuurlijk) in verdrukking komen
- (figuurlijk) in nauwe schoentjes brengen / in verdrukking brengen
Hoe spreek je hot uit?
/hɔt/
Hot bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| h | hoed |
| ɔ | bot |
| t | tak |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van hotten
- gebiedende wijs van hotten
Vervoeging van hot
hothele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘bijwoord van richting: rechts (bij voerlieden)’ voor het eerst aangetroffen in 1550
Woordfamilie van hot
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| hotter | woordvorm | hot |
| hottere | woordvorm | hot |
| hotters | woordvorm | hot |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van hot zijn vastgelegd.