mot
zelfstandig naamwoord, werkwoord mɔtBetekenis
- een vlinderachtig insect
- de klerenmot, waarvan de larven kledingstukken aanvreten
- het hebben van onenigheid met iemand
- in de ~ hebben in de gaten hebben, opmerken
- fijn los materiaal, stof, molm, zaagsel
- moet
- (in alle betekenissen) woord
- motto, devies
- tegen
- moed
Hoe spreek je mot uit?
/mɔt/
Mot bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɔ | bot |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- vlinderachtig insect
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| motje | verkleinwoord |
| motjes | verkleinwoord, enkelvoud |
| motten | enkelvoud |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- / in de ~ hebben in de gaten hebben, opmerken feminine, masculine
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van motten
- gebiedende wijs van motten
Vervoeging van mot
mothele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [B] mot | canonical |
Woordvorm
- enkelvoud tegenwoordige tijd van motten
- gebiedende wijs van motten
Vervoeging van mot
mothele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [C] mot | canonical |
Vervoeging van mot
mothele werkwoord
Alle 1 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| [D] mot | canonical |
Woordfamilie van mot
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| motjes | verkleinwoord | mot |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van mot zijn vastgelegd.