snot
zelfstandig naamwoord snɔtBetekenis
- een slijmerige afscheiding uit de neusholte, neusvocht
- een pluimveeziekte
Hoe spreek je snot uit?
/snɔt/
Snot bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| n | nek |
| ɔ | bot |
| t | tak |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| snotje | verkleinwoord, enkelvoud |
| snotjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘neusvocht’ voor het eerst aangetroffen in 1351
Woordfamilie van snot
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| snotje | verkleinwoord | snot |
| snotjes | verkleinwoord meervoud | snot |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van snot zijn vastgelegd.